• Pauw Media

Fipronilramp roept stevige vragen op bij gelovige pluimveehouders

VOORTHUIZEN De fipronilramp zet de eiersector op z'n kop. En nog steeds trekt die diepe sporen bij de boeren die ermee te maken hebben. Dit levert stevige vragen op bij gelovige agrariërs. Bertus (56) Kieft uit Voorthuizen wil hier kwetsbaar naar kijken, samen met zijn echtgenote Arja en hun zoon Jordy. Samen met ds. Leo Smelt ontdekken ze dat simpele antwoorden niet voor het grijpen liggen.

Freek Wolff

Het biologische bedrijf van Kieft telt dertigduizend kippen. Hij legt uit dat ook zijn collega's eerst erg blij waren dat er een product op de markt was gekomen dat goed hielp tegen bloedluis. ,,Ook op papier zag het er allemaal goed uit. Maar we zijn er met z'n allen ingeluisd en met dat spul de bietenbrug op gegaan. En dat terwijl een sigaret opsteken gevaarlijker is dan zo'n eitje opeten."

De situatie is nog steeds nijpend en onzeker. Volgens Kieft is er geen goede manier om het probleem op te lossen. Er zijn drie opties. De eerste manier is nergens naar omkijken en iedereen de eieren gewoon laten eten, maar dat mag niet. De tweede optie is de kippen doden en vernietigen, maar dat kost enorm veel geld. De derde optie is de kippen in de rui brengen, waarna ze na drie maanden weer eieren kunnen leggen. Ook dat kost veel geld (hoewel iets minder) en dan is er tevens geen garantie dat alles smetteloos schoon in. ,,Niemand weet eigenlijk hoe je dit probleem kunt oplossen."

FIPRONIL GEMENGD Kieft koos voor de derde optie. Hij laat de kippen nu - met maatregelen als verduistering en minder eten - in de rui komen, zodat ze geen eieren meer gaan leggen. Op die manier vallen de kippen af en verliezen ze vet waarin het schadelijke fipronil is opgeslagen. Zo hoopt Kieft tijd te winnen en hij hoopt dat zijn kippen niet vernietigd hoeven te worden, want uiteraard wordt de stal dan ook grondig schoongemaakt. ,,Het is alleen zulk vies spul, dat je het bijna de stal niet uitkrijgt. Ze zijn haastig op zoek naar een middel om fipronil aan te pakken. Maar we lopen nog steeds het risico dat straks toch al onze kippen weg moeten. En dan zijn we nóg meer geld kwijt."

Het zure is dat Dega-16 het middel tegen bloedluis is, dat ook biologische boeren mogen gebruiken, omdat het bestaat uit natuurlijke middelen. ,,Het beroerde is dat 'ze' hier fipronil doorheen hebben gemengd, zonder dat wij het wisten", licht Jordy toe. ,,Dega-16 is namelijk skal-goedgekeurd voor biologische boeren."

Bertus Kieft groeide van jongsafaan met zijn ouders op in de boerderij. ,,Ik kreeg mee dat je netjes met Gods schepping om moet gaan, maar niet op een overdreven manier." Hij had nooit kippen in een legbatterij, waar de ruimte voor dit pluimvee uiterst gering was. ,,Dat lag ons niet, hoewel dat in die tijd wel geaccepteerd was. Misschien was het bij ons een onbewust gevoel dat we daar niet voor moesten kiezen. We hebben altijd scharrelkippen los in de stal gehad, wat later vrijelandkippen zijn geworden en sinds een tijd biologische kippen. Ik vond dat altijd een beetje een geitewollensokkenmanier van boeren, maar inmiddels heeft die sector zich op een moderne manier ontwikkeld. Ik weet niet of we die keuze gemaakt hebben op economische of idealistische gronden. Het viel gewoon samen en dat voelt ontzettend goed, omdat het een mooie manier van kippen houden is. Ze hebben meer ruimte, zijn veel buiten en je behandelt ze goed. Alleen vallen er nogal eens een paar ten prooi aan vossen en roofvogels."

De eierboer kende drie verschillende zware periodes in zijn bestaan: het faillissement van een afnemer die niet betaalde, een vernietigende brand, een tijd van slechte eierprijzen en nu dan de fipronilramp. Mede daardoor kende het geloof bij Kieft pieken en dalen. ,,Theoretisch kun je daar een verhaal op los laten, maar gevoelsmatig ligt dat anders. Bidden doe je allemaal op je eigen manier. Uitspreken is één, maar het voelen dat God je ook hoort is twee."

(Lange stilte, Kieft raakt geëmotioneerd.) ,,Bij die eerste twee grote tegenslagen was het even heel moeilijk, maar daarna staat er een punt achter en ga je weer opbouwen, hoe onzeker het ook was. Nu ligt dat anders, want ineens staat alles stil en je leeft nog steeds in grote onzekerheid. En dit treft 180 man. Is dit iets wat met ons te maken heeft, of lift je mee met anderen? Ik weet niet goed hoe ik dat bij God moet neerleggen."

TEGENSLAGEN Arja voegt toe dat ze weet dat God gelovige mensen geen rustig vaarwater belooft. ,,Er komen tegenslagen. Daar heb je mee te dealen. Maar tegelijk mag je wel bidden dat God je die kracht geeft, om ermee om te gaan. Als je bidt voor iets, wil dat niet zeggen dat je dat wordt gegeven. Je hebt geen rustige vaart, maar je zult wel een behouden aankomst hebben. Hoe het hier zal gaan, weet je niet, maar dat is met iedereen zo. Het is niet allemaal makkelijk, er komen tegenslagen. Je moet op God vertrouwen, hoe het ook is. Dat je van Hem kracht mag krijgen om erdoorheen te gaan, want het heeft veel impact op je."

AANVECHTING Ds. Leo Smelt vindt dat geloven in dit soort rampsituaties nog minder vanzelfsprekend is dan 'normaal'. Bovendien vermoedt hij dat het woord 'aanvechting' toepasselijk is op de situatie. ,,Je geloof wordt bevochten door de vragen die op je bord komen." Hij wijst ook op het macro-niveau, waarbij agrariërs afhankelijk zijn van regering, instanties en het systeem. Wat het allemaal niet makkelijker maakt. ,,Mensen jagen de productie op en de economische welvaart heeft veel invloed. Ons geloof zegt dat dit niet kan, want ons geloof zegt dat er maar één Heer is. De economie kan niet op één niveau staan met God, want anders zijn we bezig met afgoderij."

Kieft verklaart dat hij traditioneel gelovig is opgevoed, maar dat hij een tijd gekend heeft dat het geloof op een heel laag pitje stond. ,,Ik stortte me enorm op het bedrijf, waardoor het genieten van het leven en van elkaar in het gedrang kwam. Maar ik kwam toch weer tot geloof, omdat God tot me sprak. Dat was een rechtstreekse roep, dat weet ik zeker. Daardoor is mijn leven veranderd. Ik ging zien wat écht belangrijk is in het leven. Je kunt nog zo'n mooie stal bouwen, maar we hebben ervaren dat die in drie uur kan afbranden. Dat is allemaal niet zo waardevol. Dat besef je ook als je erg ziek zou worden. Maar ik weet dat dit grote woorden zijn."

Ook de Voorthuizense predikant vindt dat christenen op moeten passen met grote woorden. Bij rampen ziet hij twee uiterste visies nogal eens snel op tafel komen. ,,De eerste is dat de mens dit zelf veroorzaakt. Eigen schuld dikke bult, want het is onze verantwoordelijkheid. Dat is simpel de ene kant op. De andere is dat je zegt: God straft ons, omdat de macro-economische aanpak gericht is op winstbejag. God blaast daarin en lacht om onze poging om alles te beheersen. Beide bewegingen zijn grote woorden, die weg willen wij allebei niet gaan. Wanneer alleen de mens of alleen God de schuld krijgt, zijn dat versimpelde visies."

Kijken op de middenweg is volgens Smelt dat de mens wel rentmeester is van de aarde, maar dat de zonde veel kapot maakt. ,,Dat hebben we vaak niet in de gaten. We denken dat we de dingen kunnen beheersen, maar er sluipt zo'n luis binnen en je bent de klos. Als God ons al dingen wil afleren, is dat niet leuk, want doet dat pijn. Maar je mag nooit makkelijk over ´straf van God´ praten. Dat kun je alleen doen, als je gelooft dat Hij het koninkrijk nabij brengt. Maar ik kan me voorstellen dat Hij er soms goed kwaad over is als je ziet wat wij ervan bakken. We beheren de tuin niet op een manier, zoals Hij heeft gewild. De schepping zucht. Daar zijn álle mensen verantwoordelijk voor. Op dit soort momenten worden we met z'n allen behoorlijk getest."

NOODDRUFT EN OVERVLOED Jordy werd bij zijn schoonfamilie geraakt toen er een klassiek gebed werd gebeden: 'Heer, wij danken U van harte, in nooddruft en voor overvloed. Daar menig mens eet brood der smarte, hebt Gij ons mild en wel gevoed. Doch geef dat onze ziel niet aan dit vergankelijk leven kleeft, maar alles doet wat Gij gebied en eens eeuwig bij U leve. Amen.' ,,Op die manier kun je het laten voor wat het is, want het gaat om iets veel groters", licht de jonge boer toe. Voor hem is de tijd rijp om in de maatschap van zijn ouders te stappen, maar dat is nu even heel onzeker geworden.

Smelt wijst erop dat mensen ook nu al graag kleine tekenen zien van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die God voor ons in het perspectief heeft. ,,Daar verlangen we naar. Maar deze fipronilramp is een anti-teken, want het is een aanval op het mooie dat God voor ons in het verschiet heeft liggen."

Volgens Kieft bestaat het geloof uit het beleven, naast weten en kennen. ,,Het beseffen kun je ontwikkelen en leren, door je opvoeding, lezen in de Bijbel en door naar de kerk te gaan. Dat is een groot goed. Daar kun je je aan vast houden. De andere kant is het voelen, het ervaren. Soms heb je het ene en soms heb je het andere nodig om het tweede terug te krijgen.

Laat het nu maar zo zijn dat ik het weten wel heb, maar het voelen even wat minder is. Misschien is daar nu geen ruimte voor, omdat je zo overweldigd wordt door wat er gebeurt en wat je eerder al hebt meegemaakt."

MEDEPLICHTIG De familie beseft dat God op nummer één staat. Tegelijkertijd hebben ze ook veel hart voor hun dieren en het bedrijf. ,,Je wilt die kippen niet allemaal dood maken en die eieren niet allemaal vernietigen. Dat is niet je bedoeling en dat doet gewoon zeer, ook naar Gods schepping", zegt Arja. ,,Je probeert je kippen zo goed mogelijk te verzorgen, want dan doen ze het ook het beste voor jou." Haar man voegt toe dat de kippen er niet alleen zijn om geld mee te verdienen, maar ook om ons van voedsel te voorzien. ,,Het is een levensbehoefte die wij mogen produceren. Dat vinden wij een groot goed, maar dat wordt niet altijd begrepen. Daar hebben wij die kippen voor nodig en in die tijd dat je ze hebt, moet je ze goed behandelen."

Smelt vindt het figuurlijk 'op eieren lopen' om de kwestie in het licht van het geloof te zien, zoals hij toepasselijk schetst. ,,Zodat je God niet vals beschuldigt en ten tweede dat we de economische wetmatigheid niet zo zwaar laten wegen. Ik vind het flauw dat de boeren vaak eenzijdig met die vragen te maken krijgen en dat de consumenten gewoon kijken wat het goedkoopste is. In die zin zijn we allemaal medeplichtig."

De predikant is huiverig voor versimpeling, maar richt tot slot wel graag de focus op de hoop. Uit een boekje leest hij: 'Dit zal mij te binnen brengen, daarom zal ik hopen, het zijn de gunstbewijzen van de Heere dat wij niet omgekomen zijn. Want Zijn barmhartigheden houden niet op. Elke morgen zijn zij nieuw. Groot is Uw trouw'.

Kieft weet dat God hem vasthoudt. Dat geeft hem steun en zekerheid. ,,Op het moment dat je dat voelt, is het hallelujah. Gods hand is hierbij. Hij houdt ons vast, ook al zitten we in de shit."