• Pauw Media

'Van hovenier naar predikant'

BARNEVELD Ds. E.J. Boudewijn had in Hendrik Ido Ambacht een hoveniersbedrijf met dertig man personeel, totdat God hem riep tot het predikantschap. Het bedrijf verkocht hij en hij studeerde vier jaar aan de Theologisch School van de Gereformeerde Gemeenten in Rotterdam. Hij werd beroepen tot predikant in Barneveld Centrum.

Haije Bergstra

Dit is de eerste gemeenten waar u werkzaam zult zijn. Waarom bent u predikant geworden?

,,Vier jaar geleden ben ik aangenomen aan de Theologische School, zoals dat heet. Maar het is al langer geleden dat ik daar werkzaamheden mee kreeg. Ik heb altijd een hoveniersbedrijf gehad, dat uitgegroeid is tot een middelgroot groenbedrijf. Er is in 2006 een grote verandering gekomen in mijn leven. Als het gaat om het predikantsschap, kreeg ik daar in de zomer van 2007 werkzaamheden mee. Bij het lezen van Gods Woord, de Bijbel, deden die woorden kracht als er staat: ,,Petrus hebt gij mij lief?". En als er dan gesproken wordt door de Zaligmaker 'Weid mijn lammeren' en later 'Hoed mijn schapen' dan deed dat kracht en dacht ik: ,,Zou het niet die kant opgaan?" Ik werd daar benauwd door, want ik zag bij mijzelf geen mogelijkheden daartoe. Een hovenier die predikant wordt en die niet zo bespraakt is. Ik zag alleen maar onmogelijkheden. Maar ongeveer vier later was het dat de Heere vanuit Zijn Woord krachtig sprak. Dat zal ik nooit meer vergeten. Want als de Heere spreekt uit Zijn Woord, dan is het met majesteit. God sprak vanuit het Oude Testament: 'Mijn zonen wees nu niet traag, Ik heb u verkoren, dat gij voor Mijn Aangezicht zoudt staan'. Toen wist ik het zeker, dat het Gods stem was. Maar dat wordt ook beproefd. Er zat dan ook een tijd tussen dat moment en toen ik aangenomen werd op de Theologische School. Ik zat best wel aan mijn bedrijf vast, moet ik zeggen. In het bedrijf  had ik een spilfunctie, omdat ik de ontwerpen deed, verantwoordelijk was voor de uitvoering en tegelijkertijd toch ook veel werk binnen haalde. Maar in de tussenliggende periode heeft de Heere de wegen gebaand en in 2013 ben ik met een attest van de kerkeraad aangenomen."

 

Noemt u dat wat uw beschreef uw roeping tot het predikantschap?

,,Ja, het is duidelijk dat roeping bij God vandaan moet komen, omdat God uiteindelijk ook zelf de weg baant en een plaats geeft."

 

Het moment in 2006 is voor u uw bekering geweest?

,,Ja, ik leefde eerst  in voetbal en muziek, teveel om op te noemen, dat wil zeggen in en met de wereld. Wel af en toe nog naar Gods huis, maar het is beschamend om te zeggen, als een vlag om de lading te dekken. Maar nadat de Heere me stil zette op m'n levenspad, heeft Hij heel krachtig willen werken, 'inlevend om te moeten sterven en niet te kunnen sterven'. Dan weet je niet gelijk dat de Heere werkt, maar ik kreeg als het ware wel mijn leven terug van wat het daarvoor was geweest. Het stelde mij schuldig. Dat is wel een weg geweest. Maar na ruim een jaar wilde de Heere Zijn Zoon in mij openbaren. Een blijdschap mogen inleven die de wereld niet kent en in woorden niet is uit te drukken en zich vooral laat beleven."

 

Welke weg wordt bewandeld naar de opleiding aan de Theologische School?

,,De eerste stap is je melden bij de predikant van de gemeente waaraan je verbonden bent. Bij mij was dat Ds. Joosse, die toen predikant in Hendrik Ido Ambacht was. Aan hem vertelde ik eerst wat er bij mij leefde en waar ik me je toe gedrongen voelde. Daarna gaat het als volgt. De predikant geeft een advies om te wachten of naar de kerkeraad te gaan. De kerkenraad beslist door stemming of je een attest krijgt om gehoord te worden op de Theologische School. De raad van predikanten en ouderlingen van de school, het zogenaamde curatorium, gaat zo iemand dan horen die zich met het attest heeft aangemeld. Zij beslissen over de toelating."

 

Hoe hebt u de theologische studie beleefd?

,,De vier jaren studie zijn, achteraf gezien, wel een mooi proces geweest. Het eerste jaar was wel heel erg wennen. Opnieuw school en studeren. De eerste dag zat ik naar de telefoon te kijken, want normaal kreeg ik zo'n honderd telefoontjes op een dag, en die telefoon bleef nu stil. Tachtig tot negentig mails kreeg ik per dag. Er kwam nu niets. Na twee jaar mocht ik voor het eerst proponeren. Dan sla je ook weer een heel andere weg in. Na deze twee jaar ging ik er ook naar uitzien, naar meer rust kreeg voor het gezin en voor mezelf. Ik zag uit naar een eigen gemeente waar ik mocht arbeiden. Wat betreft de andere studenten, zij zijn tijdens die vier jaar echt vrienden geworden."

 

Op de website van de Theologische School staan ook studenten die al wat ouder zijn. Is het gemeengoed binnen de Gereformeerde Gemeente dat mensen op latere leeftijd deze roeping ervaren?

,,Geen gemeengoed. Er is nu iemand aangenomen die vijfentwintig jaar oud is. Ik was daarentegen met mijn vriend Mouw één van de oudsten. Het zou mooi zijn als er alleen maar jonge mannen zouden komen. De Heere is daarin ondoorgrondelijk in Zijn wijsheid. Je moet niet vergeten dat alles z'n voordeel heeft. Iemand tussen de twintig en de dertig heeft nog weinig levenservaring. De Heere weet al lang naar welke gemeente je moet. Er zijn gemeenten die qua problematieken en grootte heel verschillend zijn. Iemand die een groot bedrijf heeft gehad of een functie in het openbare leven, weet misschien wat beter te delegeren en te spreiden dan iemand die deze ervaring niet heeft. Het voordeel van jong zijn, is dat je makkelijker kan leren dan iemand die al wat ouder is. Daar ben ik zelf ook tegenaan gelopen."

 

Weet u al wat de belangrijkste taken zullen zijn die op u wachten in deze gemeente?

,,Ten eerste de zondagse woordbediening. Daarbij inbegrepen de doopdiensten, die meestal door de weeks zullen plaatsvinden, de huwelijksbevestiging en de rouwdiensten. Daarnaast ben je ook herder. Daarom ga je ook bezoeken doen. Zo hoop ik samen met mijn vrouw één avond in de week erop uit te gaan om geboortebezoeken af te leggen."

 

Bent u tijdens uw theologische studie door mensen, schrijvers of theologen geïnspireerd?

,,Ten eerste natuurlijk door Gods Woord, dat krachtig was in mijn leven. Daarnaast wilde Hij de prediking van de predikanten van de Gereformeerde Gemeente zegenen. Er is een aantal predikanten te noemen, maar dat doe ik niet, want ze willen liever niet op de voorgrond staan. Ik heb veel gelezen in een aantal preken, boeken van enkele eeuwen terug van Engelse en Schotse puriteinen. Op school heb ik ook, door hun evenwichtige prediking, een liefde voor Calvijn en Luther gekregen."

 

Hoe ziet u de toekomst van de kerk in Nederland?

,,Als je de breedte van de kerk bekijkt, moet angst ons hart bezetten. Dat is de ene kant. Je ziet dat de verwereldlijking, met name onder de jeugd, steeds verder toeneemt. Niet in de laatste plaats door de mobiel, waardoor het internet en de tv niet buiten bereik gehouden kunnen worden. Daar hebben we grote zorgen om. Aan de andere kant betoont de Heere dat Hij nu regeert. Ik merk dat de Heere de jeugd ook weer terughaalt. Daar wordt je innerlijk wel door verblijd. Al met al moeten we zeggen dat de Heere door kerkmuren heen werkt. Als we elkaar kunnen vinden en herkennen in dat Woord, dan mag je moed putten."

 

Is het wijzen op het gevaar van de media de enige manier om de jeugd bij uw kerk te betrekken?

,,In de eerste plaats is het wijzen op wet en evangelie. De jeugd proeft of dat wat verteld wordt in liefde gebracht wordt. Ik ga de jeugd niet elke week wijzen op alle gevaren, hoewel we ze niet moeten verzwijgen, maar ik wil vooral wijzen op wat het wel is. Om als het ware een wegwijzer te zijn naar Jezus Christus. Ik zie er naar uit en hoop dat de jeugd daarvoor valt. Het is een eenzijdig Godswerk. Een vriend van me die ook predikant is, zegt: ´Dan gaan de proppen uit de oren´."

 

Hoe ziet u de toekomst voor uw eigen kerkverband? Komt dat overeen met de breedte van de kerk?

,,Die zorgen hebben we voor de Gereformeerde Gemeenten evenzo. Alle mensen stippelen het liefst hun eigen weg uit. Als er steeds meer verleiding is, is het steeds meer uitnodigend om een andere weg in te gaan. Dat zie je gebeuren. We zien best wel mensen uit ons kerkverband vertrekken om elders lid te worden, en dan meestal om makkelijker te kunnen leven. Vaak zie je dat men dan door glijdt en uiteindelijk met de kerkgang stopt. Dat heb ik al veel gezien. Men kiest dan om de wereld in te trekken, zonder kerkgang en zonder vast te houden aan de heiliging van Gods dag. De zorgen daarover zijn aanwezig. Tegelijkertijd merk je tijdens het preken dat het Woord bij mensen krachtig werkt. Er wordt geluisterd, dan zie je dat Gods Geest doorgaat. Ook dat zie ik. Ik geloof dat tot het laatste moment dat de aarde draait de kerk er op aarde zal zijn."

 

Buiten uw traditie wordt soms weinig flatterend gesproken over de Gereformeerde Gemeente. Wat doet dat met u?

,,Ik probeer altijd terug te grijpen naar Gods Woord. Dan zie ik dat de kerk altijd in de strijd is geweest. Zonder te zeggen dat met de kerk alleen de Gereformeerde Gemeente  wordt bedoeld, zie ik dat er door de eeuwen heen altijd vijandschap is geweest. Dat er strijd is, dat is bijbels."

 

Maar het is de gereformeerde orthodoxie die het vaak moet ontgelden. ,,Als we aan Gods Woord vasthouden, wordt er gestreden met betrekking tot de leer. Er is maar één ding in mijn hart waar ik mij aan wil vasthouden en dat is de leer in de Bijbel. Over de vormen kan vanalles gezegd worden. Vroeger werden we wel uitgescholden, dat we van de zwarte-kousen-kerk waren, vanwege de kleding, de haardracht of de uiterlijke vormen in de eredienst. De grond van zalig worden in Gods Woord zat niet in de vormen, maar er was altijd wel een vorm. Dat de kerk in het Oude Testament als het ware een afgezonderd volk was door de vorm is duidelijk. Dat die afgezonderde kerk ook zichtbaar zal zijn op aarde, geloof ik ook. Maar daar wil ik niet extremistisch in zijn."

 

Samenwerking tussen de Gereformeerde Gemeente en andere denominaties komt moeilijk tot stand. Hebt u daar een verklaring voor?

,,Ik ben helemaal voor de samenwerking met bijvoorbeeld de Gereformeerde Bijbelstichting. Als het gaat om samenwerking, weet ik niet of er van onderaf veel draagvlak voor is. Ik weet ook niet precies waarom niet. Ik moet wel zeggen dat er dan veel werk op je af komt. Bij alles wat georganiseerd wordt, houden wij als predikanten en kerkenraad ook in het achterhoofd of de dingen die georganiseerd worden wel op die wijze zijn dat wij achter de leer kunnen staan, vanuit Gods Woord. Dat is onze leidraad en daar ligt de terughoudendheid."