• ...

Brabants museum wil ´hokken´ met Pluimveemuseum

BARNEVELD/BEERS Het Nationaal Veeteeltmuseum in het Brabantse Beers wil verhuizen naar Barneveld. Het wil onderdak vinden in het Nederlands Pluimveemuseum aan de Hessenweg. Het Veeteeltmuseum moet op korte termijn zijn huidige locatie verlaten, Barneveld zou een goed alternatief zijn.

Wouter van Dijk

Dat meldde voorzitter Cees Floorijp van het Pluimveemuseum woensdagavond tijdens een vergadering van de raadscommissie Bestuur/Samenleving. Floorijp staat zelf positief tegenover dit plan. ,,Het Veeteeltmuseum, met vooral veel expositiematerialen over kunstmatige inseminatie, past qua karakter prima bij ons Pluimveemuseum. We zullen daarmee een breder agrarisch museum worden.´´ Wat ruimte betreft heeft het Veeteeltmuseum naar schatting volgens hem 400 tot 500 vierkante meter aan expositieruimte nodig. ,,Waarmee deze nieuwe ontwikkeling een extra noodzaak vormt om op korte termijn uit te breiden met ons museum.´´

Los van de mogelijke komst van het museum uit Beers is er volgens het Pluimveemuseum al langere tijd een dringende noodzaak om uit te breiden met twee extra hallen van elk 517 vierkante meter groot, zo meldde deze krant eerder al. Een maand geleden stuurde het museum de Barneveldse gemeenteraad een brief met een verzoek om een bijdrage van twee ton voor dit uitbreidingsplan. De totale kosten van dat plan zijn eerder geraamd op 1,2 miljoen euro. Ook bij de provincie Gelderland is een verzoek tot cofinanciering neergelegd, in dat geval vier ton.

UITGEKEKEN ,,Die uitbreiding is noodzakelijk voor de toekomst van het museum´´, benadrukte Floorijp woensdagavond. ,,Voegen we geen nieuwe ruimtes toe, dan zullen bezoekers een keer uitgekeken zijn op de broedmachines en andere vaste onderdelen in het museum. De kuikentjes blijven misschien een publiekstrekker, maar de rest hebben ze wel een keer gezien.´´ Het museum benadrukte eerder in de twee beoogde nieuwe hallen vooral een uitgebreide kunstcollectie die nu in de opslag ligt te verstoffen, én levende kippen te kunnen tonen in het museum. ,,Dat laatste vooral om het Pluimveemuseum in de winter ook aantrekkelijk te houden voor bezoekers.´´

Vanuit de raad werd woensdagavond positief gereageerd op het plan van het Veeteeltmuseum. ,,Al vraag ik me wel af of je daarmee de eigenheid van het Pluimveemuseum deels niet inlevert´´, stelde Frank van der Lubbe (Pro´98) hardop. ,,Bovendien, hoe gaat het museum dan heten?´´

Floorijp over die naamgeving: ,,We denken aan Stichting Nederlands Museum voor Pluimveehouderij en Veeteelt´´, waarop Heimen Schuring, deze avond voorzitter van de commissie inkopte: ,,Ja, met zo´n naam heb je inderdaad wel een uitbreiding nodig, anders past de naam niet op de gevel.´´

EERST EEN GESPREK Wat betreft het verzoek aan de gemeente om mee te betalen aan het uitbreidingsplan, kon wethouder Didi Dorrestijn geen concrete toezeggingen doen. ,,Aangezien hiervoor in het potje cultuur helemaal geen geld is.´´ De wethouder wil begin volgend jaar wel snel met het bestuur van het museum om de tafel om te praten over ,,mogelijke ontwikkelingen voor de toekomst van het museum´´, zodat er daarna volgens Dorrestijn wellicht kansen ontstaan. Dorrestijn: ,,Wellicht kunnen we na dat gesprek dan met een voorstel komen of moeten we misschien denken aan andere stappen.´´ Het museum gaat die uitnodiging voor een gesprek graag aan, reageerde Floorijp. ,,Al blijft wat ons betreft als een paal boven water dat, wanneer we het over de toekomst hebben, we simpelweg meer ruimte nodig hebben om kippen en kunst te kunnen laten zien.´´

EXPERIENCECENTER Als het gaat om extra financiering gaven raadsleden Maarten Schipper (CDA) en Judith van den Wildenberg (Burger Initiatief) Floorijp mee ook creatief naar andere mogelijkheden te kijken. Schipper: ,,Wat te denken van een experiencecenter om het museum aantrekkelijker te maken voor bedrijven?´´

Van den Wildenberg noemde in dat licht ook de rol van museum als wetenschappelijk kenniscentrum. Floorijp: ,,Dat zijn we deels al. We krijgen geregeld bezoek van mensen die studies of boeken schrijven over de pluimveesector en daarvoor gebruikmaken van ons uitgebreide naslagwerk.´´