• Pauw Media

'Je bent leerkracht, geen psycholoog'

BARNEVELD ,,Ik zeg vaak tegen leerkrachten: denk erom, je bent leerkracht. Geen psycholoog.'' Evert Besselsen, intern begeleider van de Barneveldse Fraanjeschool, was vanaf het begin kritisch over de opdracht aan basisscholen om kinderen zoveel mogelijk binnenboord te houden. ,,Het is meegevallen'', zegt hij nu, met drie jaar ervaring. Enthousiast is hij nog steeds niet.

Fija Nijenhuis

In de reformatorische Fraanjeschool aan de Lijsterstraat klinkt een kinderkoor. Een van toon zingen de leerlingen deze maandagmorgen een psalm. Het klinkt wonderschoon. De dagelijks praktijk is wat minder rimpelloos, blijkt uit het verhaal van intern begeleider Evert Besselsen. ,,Nogal wat kinderen hebben extra zorg nodig. Het scheelt dat onze leerkrachten gemiddeld ouder dan veertig zijn. Zij hebben al een en ander meegemaakt, dat is echt een voordeel. Passend onderwijs werkt zolang het voor het kind goed is en de leerkracht het trekt. Die beide zaken moeten met elkaar in evenwicht zijn. En dat is soms best balanceren.''

In november meldde deze krant dat Barneveldse scholen weer meer kinderen doorverwijzen naar het speciaal basisonderwijs. De eerste jaren na de introductie van het plan om kinderen zoveel mogelijk op de gewone school te houden, was dat aantal juist laag. Ook klinkt de laatste tijd vaker het signaal dat passend onderwijs een zware wissel trekt op leerkrachten.

IETS ONVERWACHTS In Barneveld is dat geluid ook te horen, maar uitgesproken negatief zijn drie Barneveldse intern begeleiders niet over de dagelijks praktijk op hun scholen. 'Wat moet dat moet en we doen ons best', die teneur kenmerkt de reacties van Evert Besselsen van de Fraanjeschool, Nelleke Dekker van christelijke basisschool De Spreng en Elfriede Nahumury van openbare basisschool De Lijster.

,,Ik waak er wel voor dat de lessen te veel gaan draaien om leerlingen die bovengemiddeld veel aandacht nodig hebben'', zegt Besselen. ,,Zij mogen niet bepalen wat er in de groep gebeurt. Ik vind dat de leerkracht bijvoorbeeld soms iets onverwachts moet kunnen doen. Wat als dat niet kan, omdat één leerling dat niet trekt? We moeten niet hebben dat de school daardoor een saaie bedoening wordt.''

Passend onderwijs is bedoeld voor ieder kind, beaamt Nelleke Dekker van De Spreng. Ook voor de kinderen die geen problemen hebben. De basisschool aan de Van Houtenlaan telt relatief veel 'reguliere' leerlingen en een klein aantal met leer- en gedragsproblemen. ,,Ons uitgangspunt is altijd geweest om kinderen zoveel mogelijk op school te houden, ook voordat in 2014 passend onderwijs werd ingevoerd. De Spreng richt zich op het individuele kind: per leerling bepalen we doelen. Daarnaast werken we groepsdoorbroken, dus niet met klassikaal onderwijs.''

OP HUN STOEL Leerlingen met gedragsproblematiek kunnen met het Spreng-systeem vaak goed uit de voeten, zegt Dekker. Ze hoeven niet van half negen tot twaalf op hun stoel te zitten, met halverwege de ochtend één korte pauze. ,,Instructies worden in verschillende lokalen gegeven en leerlingen kunnen kiezen waar en met wie ze werken. Deze werkwijze sluit aan bij de individuele onderwijsbehoefte van een kind.''

Het idee erachter is dat kinderen zelfstandig worden, legt Dekker uit. ,,We willen hen voorbereiden op de 21e eeuw. Als je als school niet aansluit bij de manier waarop kinderen in deze tijd leren en denken, kan dat averechts werken.'' Heeft een kind extra begeleiding nodig, dan zijn de leerkrachten daarvoor beschikbaar. ,,Want dat is het mooie aan onze aanpak: leerkrachten zijn flexibeler.''

Wat lastiger te begeleiden, zijn kinderen met een zware problematiek, aldus Dekker. ,,Bijvoorbeeld leerlingen met een trauma, bij wie ook nog taalproblemen spelen. Dan is passend onderwijs wel echt een ding, want dat kan je eigenlijk niet bieden. Een kind heeft dan veel invloed op de groep en het vraagt de nodige tijd en energie van de leerkracht. Al het mogelijke aan geld en ondersteuning wordt dan ingezet om passend onderwijs te bieden. Dan gebeurt het soms dat een leerling apart van de groep werkt.''

EVEN DE KLAS UIT Ook Besselsen van de Fraanjeschool pakt het zo aan. ,,Kinderen die echt een probleem hebben, gaan even de klas uit. Voor de minder ernstige 'gevallen' hanteren we het credo: maak niet te veel ophef. Wel gaan we geregeld met sommige ouders om tafel, geven we aan wat we als leerkrachten wel en niet kunnen doen en leggen we zonodig uit dat hun kind niet het enige in de klas is.'' Ooit heeft een leerkracht een planbordje voor een kind gemaakt, waarop elke dag geschreven wordt wat er gaat gebeuren, vertelt Besselsen. ,,Maar daar mag je dan niet van afwijken.'' Moeilijk, vindt hij.

Wanneer past een kind écht niet meer op een gewone school? ,,Een leerling die PDD-NOS heeft of Asperger, dat kan hier niet. Als je niet kunt functioneren in een klas, kan je beter naar het speciaal basisonderwijs, daar word je beter geholpen.''

Overigens vindt Besselsen dat het wel een tandje minder mag met de leereisen in het basisonderwijs. ,,Die zijn zo hoog. Waarom maar steeds proberen elk kind minimaal naar de havo te krijgen? Sommige kinderen zijn überhaupt niet geschikt voor school, gaan liever zo snel mogelijk in de praktijk aan de slag. Ik vind dat niet erg. Als je ongeschikt bent voor school, ben je dan ongeschikt voor het leven? Ik wil dat kinderen gelukkig zijn. Komen ze niet lachend van de basisschool af, dan heb ik als IB'er gefaald.''

STIMULEREN De 'buurman' van de Fraanjeschool, obs De Lijster, gaat ook uit van de mogelijkheden van het kind. Maar, voegt intern begeleider Elfriede Nahumury eraan toe: ,,We stimuleren de leerlingen er bij zichzelf uit te halen wat erin zit.'' De school heeft een soortgelijke aanpak ontwikkeld als De Spreng. ,,Omdat we steeds meer te maken krijgen met verschillen tussen kinderen, geven we instructies aan kleine groepen'', legt Nahumury uit. ,,We voegen zoveel mogelijk kinderen met hetzelfde niveau samen. Met een portfolio maken we de ontwikkeling van een leerling inzichtelijk.''

De Lijster is dit schooljaar begonnen met de methode 'Alles in één', vertelt Nahumury verder. ,,In alle groepen wordt nu thematisch gewerkt, waardoor we nog beter kunnen aansluiten bij het instructie- en verwerkingsniveau van onze kinderen. Bij ons op school is het niet vreemd om bijvoorbeeld te rekenen in een andere klas, als dat niveau beter aansluit.''

De Lijster telt een zeer diverse leerlingenpopulatie. ,,We hebben verschillende kinderen die hun geboorteland ontvlucht zijn. Zij hebben vaak taalproblemen, maar ook psychisch hebben ze veel achter de rug, wat extra zorg vraagt. Ook zijn er kinderen die door hun ADHD of autisme extra begeleiding nodig hebben.''

KEIHARD WERKEN Het lukt om elk kind te geven wat het nodig heeft en toch is er een grote maar, zegt Nahumury. ,,Ik merk dat ons team keihard moet werken om dit te bewerkstelligen en ook merk ik dat de werkdruk door alle verschillen toeneemt.

Dat we door bezuinigingen weer naar grotere groepen gaan, werkt niet mee aan goed, passend onderwijs. Het is niet voor niets dat ook onze school heeft deelgenomen aan de stakingen van vorig jaar. Er is gewoon meer geld nodig om het onderwijs goed te kunnen organiseren.''

Dat elke school vanaf 1 januari een eigen zorgbudget krijgt, is een stap in de goede richting. ,,Dit budget wordt toegekend naar leerlingenaantal. Maar wij vinden dat er behalve naar het leerlingaantal ook gekeken moet worden naar de zorgzwaarte van de schoolpopulatie. Dat zou eerlijker zijn.''

Nelleke Dekker, behalve intern begeleider adjunct-directeur van De Spreng, noemt het jammer dat verwijzen nu een langduriger traject is dan 'vroeger'. ,,Voor 2014 pleegde je een telefoontje en zat een kind bij wijze van spreken de volgende dag op een andere school. We regelden het als basisscholen allemaal zelf. Nu moet je goed onderbouwen waarom iemand beter af is in het speciaal onderwijs. Er zijn documenten nodig, er wordt over vergaderd. Terwijl je vaak al weet wat de uitkomst is. Hoewel het ook wel weer goed is dat het nu zo gaat, de onderbouwing is beter geworden. Maar ik blijf erbij dat bij sommige problemen een kind versneld doorverwezen moet kunnen worden.''

Ook Besselsen heeft een verbeterpunt. ,,Ik vind het raar dat we als leerkrachten overal in moeten bijscholen, maar niet in pedagogiek. Dat zou ik wel aangepast willen zien. Eens per vier jaar een pedagogische opleiding, bijvoorbeeld, lijkt mij heel goed. Als ik de baas was, regelde ik dat.''