'Museum Kröller-Müller parel van de Veluwe'

Glimlachend vertelt directeur Lisette Pelsers van het Kröller-Müller Museum over haar afgelopen jaar. Op 1 april vorig jaar volgde ze Evert van Straaten op bij het museum. Ze was zodoende direct betrokken bij de voorbereidingen voor het jubileum. ,,Ik vind dit oprecht het mooiste museum van Nederland en ben dan ook erg enthousiast als ik over het Kröller-Müller praat. Het zijn niet alleen de werken die er hangen, maar ook de geschiedenis die het museum zo speciaal maakt", zegt Pelsers. Ze doelt op de naamgevers van het museum, Anton Kröller en Helene Kröller-Müller. Driekwart eeuw geleden realiseerden zij hun droom op de zesduizend hectare grond die de familie op het Nationaal Park De Hoge Veluwe in bezit had.Aan het einde van de negentiende eeuw volgde Anton Kröller zijn vader op als directeur van het familiebedrijf Wm H. Müller&Co. Door de jaren heen bouwde hij het Haagse bedrijf, met ook nog een vestiging in Rotterdam, uit tot een internationale speler op onder meer de scheepvaartmarkt, de graanhandel in Amerika en de exploitatie van ertsmijnen. Zijn vrouw raakte door kunstcriticus en kunstpedagoog Henk Bremmer geïnteresseerd in kunst. Een etage van het hoofdkantoor van Antons bedrijf wordt zelfs ingericht als expositieruimte voor haar verzameling. Wanneer het echtpaar naar de Veluwe verhuist, wordt er hard gewerkt aan het doen uitkomen van een speciale droom. Er moet een groot museum worden gebouwd op de grond die het echtpaar op de Veluwe bezit. De internationale crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw zorgt er echter voor dat het 'Grote Museum', dat Helene Kröller-Müller ooit voor ogen had, er nooit komt. In 1935 wordt echter wel gestart met de bouw van wat destijds het 'overgangsmuseum' werd genoemd. Het gebouw staat tot op de dag van vandaag echter bekend als het Kröller-Müller Museum, dat werd gebouwd door de Nederlandse staat. Door de crisis besloot het echtpaar namelijk ook om de kunstverzameling op een bijzondere manier veilig te stellen. Al in 1935 besluit Helene Kröller-Müller haar collectie te schenken aan de staat. Zo bleef deze bijeen, ook als het bedrijf van haar man nooit uit de crisis zou komen. Voorwaarde was wel dat de staat een passend museum zou bouwen.,,Ik heb niet de pretentie om het gedachtegoed van Helene Kröller-Müller precies uit te voeren", zegt directeur Pelsers. ,,Ik heb haar niet gekend en dus is het voor mij moeilijk om te zeggen wat ze van het museum in de huidige vorm zou vinden. Feit is wel dat de collectie die ze bijeen heeft gebracht, nog altijd in volle glorie in het museum aanwezig is. Terecht, want het gaat om topstukken." Helene Kröller-Müller bracht onder meer 91 schilderijen van Vincent van Gogh bijeen. Maar ook werken van Berlage (tevens de architect van het verderop gelegen Jachthuis Sint Hubertus), Manet, Monet of Mondriaan ontbreken niet in de huidige museumcollectie. ,,Wat veel Edenaren wellicht niet weten, is dat er een museum van wereldklasse op hun grondgebied staat. Het Kröller-Müller Museum is echt de parel van de Veluwe", zegt Pelsers. ,,Ik vind de relatie met Ede als gemeente erg belangrijk. Per jaar komen er hier ruim 300.000 bezoekers, maar het blijft zeker fijn als ook je 'buren' langskomen. Heel Nederland, misschien wel heel de wereld, moet het Kröller-Müller Museum zien. Maar laten we beginnen met de gemeente Ede."Voor het jubileum pakt het museum uit met een collectie van 75 topstukken. ,,We gaan onze keuze toelichten, maar we willen deze ook ter discussie stellen. Daarom hebben we ook aan anderen, bekende Nederlanders, gevraagd om hun eigen selectie te maken. Jan Jaap van der Wal, Dick Swaab, Janine van den Ende en zanger Spinvis zijn slechts enkele van die BN'ers die vertellen over hun favoriete kunstwerk. Zo willen we onze topcollectie nog toegankelijker maken voor de museumbezoeker." Ook start het museum zaterdag 6 april met de expositie 'Vincent is back deel II: Land van het licht', een tentoonstelling waarin werken van Van Gogh centraal staan. Buiten schilderkunst bevat de museumcollectie ook onder meer beeldhouwwerken en architectuur, zoals bijvoorbeeld het Rietveldpaviljoen in de Beeldentuin.,,De komende jaren willen we doorgroeien naar 340.000 bezoekers per jaar, terwijl we nu ongeveer op 311.000 bezoekers zitten. Dat wordt flink aanpoten. We willen de bezoeker nog meer bij het museum betrekken, onder meer door de sociale media, maar ook door bijvoorbeeld audio-tours in het museum. Die stellen we zelf samen, maar we vragen ook anderen dat te doen, zoals dichter en schrijver Nico Dijkshoorn. De informatievoorziening kan in mijn ogen altijd beter en daar werken we als museum dan ook aan. We streven er verder naar om eens in de twee of drie jaar een nieuwe grote tentoonstelling op te zetten. Maar de kwaliteit blijft voorop staan, we blijven wat we zijn. De enorme kwaliteit in het Kröller-Müller Museum is namelijk ons kapitaal. Dat moeten we nooit verloren laten gaan."