• Pauw Media

'In Nederland zijn alleen de regen en de zon gratis'

BARNEVELD Twee keer in de week doet ze aan fitness, vrijdags organiseert ze een naaiclub, elke maand zorgt ze dat de kerk wordt schoongemaakt en al meer dan 22 jaar zet Ria van Lanen uit Barneveld zich in voor vluchtelingen.

Cees van Dijk

Volgens Ria van Lanen - ,,als dit interview in de krant komt ben ik 75´´ - treffen we het, want het is net even rustig in het kantoor van Vluchtelingenwerk Nederland in Barneveld. Dit is de plek waar zij een groot deel van haar tijd doorbrengt. Zodra zij begint te vertellen, raakt ze nauwelijks uitgepraat over de persoonlijke verhalen van degenen die ze afgelopen jaren heeft kunnen helpen. „Die mensen laten niet voor niks alles achter. Dat doen ze niet voor de lol", benadrukt Ria als we een rustig plekje vinden om te praten over haar inspanningen om vluchtelingen te helpen.

Wie denkt dat vluchtelingen in Nederland in een gespreid bedje komen, heeft het mis, stelt Ria. „Als zij een verblijfsstatus krijgen, mogen ze weg uit het Azielzoekerscentrum (AZC). Daar komen ze terecht als ze in Nederland asiel aanvragen. Elke gemeente moet een aantal van deze mensen opvangen. Die krijgen dan een huis toegewezen en een uitkering. Maar als zo'n gezin op het station aankomt, hebben ze geen idee wat er moet gebeuren. Wij vangen hen op en begeleiden hen", vertelt Ria. Direct is duidelijk dat ze enorm betrokken is bij het werk dat ze nu al 22 jaar doet.

NEDERLANDS LEREN „Eigenlijk ben ik er bij toeval ingerold", vervolgt ze. „Destijds werkte ik al bij de Korenbloem. Daar konden mensen Nederlands leren. Ik kwam in contact met een vluchtelinge uit Afghanistan. Zij moest naar de oogarts in Ede. Haar man was vermoord, die vrouw was elke dag doodsbang. Ze had vijf kinderen, maar die waren niet allemaal in Nederland. Wij zijn er achter gekomen dat twee kinderen in Rusland waren beland. Uiteindelijk is het gelukt om hen met hun moeder te verenigen."

„Bijna wekelijks kwam ik bij haar over de vloer. Ik las brieven voor en hielp haar om haar weg te vinden in de Nederlandse samenleving. Die mevrouw was daar zo dankbaar voor. En die gastvrijheid. Dat is gewoon ontroerend. Ja, zo groei je erin. Mensen helpen, dat geeft zoveel voldoening. En toen vroeg Vluchtelingenwerk Nederland hier in Barneveld of ik ook een paar keer in de week het spreekuur kon verzorgen. Dat heb ik gedaan."

TOTAAL ONTWRICHT Al meer dan vijftig jaar verblijft Ria buiten haar geboorteplaats Enschede. Aanvankelijk werkte zij voor de Kinderbescherming in een internaat in het Drentse Zweelo, daarna kwam ze in Amsterdam terecht en vervolgens ging ze aan de slag in Amersfoort. Uiteindelijk volgde ze haar geliefde en belandde ze 43 jaar geleden in Barneveld. „Nooit spijt van gehad. Het is hier heerlijk wonen. Ook voor de kinderen. Die krijgen hier toch veel minder impulsen dan in een grote stad. En er wordt hier nog rekening met elkaar gehouden", vindt ze.

Dat merkt ze ook in haar werk voor de vluchtelingen. „Als we een gezin ergens huisvesten, brengen we eerst de buurt op de hoogte. En we zeggen tegen de nieuwkomers dat ze hun buren moeten uitnodigen om kennis te maken. Nog nooit hebben we problemen gehad. Die mensen worden altijd goed opgenomen. Natuurlijk, er zijn weleens problemen. Als ze bijvoorbeeld de tuin niet bijhouden. Nou, dan ga ik er naartoe en leg ik ze uit dat het hier gebruikelijk is om de boel netjes te houden."

„Vergeet niet dat die mensen totaal ontwricht zijn als ze in Nederland aankomen. Dan zitten ze eerst maandenlang, soms nog langer, in onzekerheid in een AZC, ze spreken de taal nauwelijks en kennen de gewoonten van onze samenleving niet. Dat moet ze allemaal worden verteld. Simpel voorbeeld: wij zijn gewend om de verwarming lager te zetten als we niet thuis zijn. Of we trekken een extra trui aan. Sommige vluchtelingen weten helemaal niet hoe centrale verwarming werkt. Dan moet je toch eerst uitleggen dat het geld kost als ze de kachel maar laten branden."

UITGEHUWELIJKT Over geld gesproken. Dat is voor veel vluchtelingen ook een verhaal apart. Daar heeft Ria een sprekend voorbeeld van. Met de nodige humor vertelt ze: „Sommige vrouwen vinden dat ze geen echtgenoot meer hoeven te hebben. Veel vrouwen uit bijvoorbeeld Somalië en Eritrea zijn uitgehuwelijkt. Zodra ze in Nederland komen, kunnen ze geld uit de muur halen, zeggen ze. Dan vragen ze zich af waar ze nog een man voor nodig hebben. Hoe denk je dat het geld in de muur komt, vraag ik dan. Daar staan ze in het begin helemaal niet bij stil. Dan moet je uitleggen hoe het werkt. Ik houd ze dan altijd voor dat in Nederland alleen de regen en de zon gratis zijn."

Ria weet uit ervaring hoe gecompliceerd onze maatschappij in elkaar zit. „Pas nog kwam er jongen naar me toe die problemen had met zijn aanvullende studiefinanciering. Dan ga je bellen met instanties die dat moeten regelen. Krijgt zo'n jongen een bandje met een keuzemenu. Daar valt nauwelijks uit te komen. Dan blijkt dat hij de inkomensgegevens van zijn ouders uit 2015 moet overleggen. Dat kan hij helemaal niet, want toen verbleef het gezin nog ergens in een oorlogsgebied. Die jongen heeft wel vijf kwartier aan de telefoon gehangen. Nee, ik ga niet voor hem bellen. Dat moet hij zelf doen, maar ik help hem wel." Dat laatste vindt Ria belangrijk. Ze benadrukt dat zij en haar collega's mensen adviseren en voorlichten, maar dat de keuze uiteindelijk bij de betrokkenen zelf ligt.

Nog een voorbeeld: „Ik hielp destijds een oude man uit Azerbeidzjan. Voor hem was een uitkering aangevraagd bij de gemeente, maar vanwege zijn leeftijd moest de Sociale Verzekeringsbank dat regelen. Eerst gebeurde er niets. Daardoor kreeg hij drie maanden geen geld. We zijn een bezwaarprocedure gestart en die man moest worden gehoord. Stel je voor, iemand die nauwelijks Nederlands spreekt. Ik ben met hem meegegaan. We hebben het voor elkaar gekregen." Zo bouw je met mensen een vertrouwensrelatie op. Daar gaat het volgens haar om. „Maar ik zeg ook wel eens ´nee'. Zo vroeg laatst een vrouw of ik iets voor haar wilde naaien. Ik heb haar gezegd dat ze dat best zelf kon."

INPOLDEREN Over de inburgeringscursus die de vluchtelingen moeten volgen, heeft Ria een uitgesproken mening. „Natuurlijk is het goed dat mensen die naar Nederland komen en hier een bestaan moeten opbouwen de taal snel leren en weten hoe onze maatschappij in elkaar steekt. Maar vraag eens aan een Nederlander of hij bijvoorbeeld het verschil kan uitleggen tussen ´polderen' en ´inpolderen'. Ik vraag me echt af of dat iets is waar een vluchteling mee geholpen is, als hij snapt wat dat betekent. Ze moeten zelfstandig naar een dokter kunnen, boodschappen doen of met de onderwijzer van hun kinderen kunnen praten. Dat vind ik veel belangrijker." Ook vindt Ria het merkwaardig dat de toets voor alle deelnemers hetzelfde is. „Er zijn mensen bij die amper kunnen lezen of schrijven. Anderen hebben bijvoorbeeld een universitaire opleiding en spreken vloeiend Engels."

Als het over het ´vluchtelingenprobleem' gaat, beweren politici geregeld dat ´de mensen binnen een jaar of vijf terug zullen keren' naar hun vaderland, als het daar weer veilig is. Ria gelooft daar niet in. Daarom moet de mensen volgens haar goed worden opgevangen en zo snel mogelijk hun draai in de gemeenschap hebben gevonden. „Denk je nou echt dat een gezin met kinderen die hier opgroeien, Nederlands praten, naar school gaan, vriendjes en vriendinnetjes hebben, misschien wel op een sportclub zitten, die kinderen mee terugnemen naar een land dat ze niet kennen? Nee, hoor, die ouders begrijpen heus wel dat ze dat hun kinderen niet kunnen aandoen."

GORDIJNEN Tijdens ons gesprek wordt steeds duidelijker dat Ria haar bezigheden voor Vluchtelingenwerk Nederland niet ziet als een vrijblijvende baan. Daar is haar betrokkenheid te groot voor. „Zondag zaten we in de kerk. Ik miste een van de moeders met wie ik geregeld contact had. Na afloop van de dienst zei ik tegen mijn man dat we toch even langs haar huis moesten rijden om te zien of alles in orde was."

Ria's echtgenoot wordt ook in andere opzichten betrokken bij haar activiteiten. „Als er een fiets kapot is, maakt hij die. Laatst heeft hij nog gordijnen opgehangen bij een gezin waarvan het huis moest worden ingericht." Gordijnen die worden genaaid tijdens een bijeenkomst die Ria al vijftien jaar op vrijdagochtend organiseert. „Dat is ook een beetje een sociale gebeurtenis, maar er wordt ook gewerkt. Ik kan precies zien als er uitverkoop is. Dan zitten die vrouwen hier de hele ochtend stapels broeken te vermaken."

Dat brengt ons op de cultuurverschillen die er bestaan tussen Nederlanders en de mensen die in hun vaderland alles achterlaten, om hier een veilig heenkomen te zoeken. Meest opvallend vindt Ria de gastvrijheid en de bereidheid om iemand te helpen. „Als je op bezoek bent en je gaat weg zonder iets te hebben gegeten, voelen ze zich soms beledigd. Laatst was ik mijn OV-kaart kwijt. De man aan wie ik dat vertelde, begreep niet waarom ik daar zo'n probleem van maakte. ´Als je ergens naartoe moet, bel je mij´, zei hij."

Al jaren zorgt Ria naast haar hulp aan vluchtelingen en haar fitnessoefeningen voor het schoonhouden van de Catharinakerk in Barneveld. „Het wordt steeds lastiger om daar vrijwilligers voor te vinden. Weet je, onder de vluchtelingen zijn ook veel christenen. Toen ik laatst liet vallen dat ik ook wel wat hulp kon gebruiken, stonden er gelijk vijf vrouwen klaar om aan de slag te gaan."

Geweldig vindt ze het dat één van haar collega's haar heeft aangemeld voor de ballonvaart en dat ze is uitverkoren om straks de lucht in te gaan. Als na ons gesprek de fotograaf zich aandient, vindt ze eigenlijk dat ze niet alleen op de foto moet. „Ik doe dit werk samen met een team. En zij horen erbij.´´