• Simone Nijssen
  • Simone Nijssen
  • Simone Nijssen

Trouwjurken: de schatten van Miriam van Weeghel

BARNEVELD Papier, stof, karton. Als kind greep Miriam van Weeghel in Barneveld elke gelegenheid aan om te knutselen. Nu is ze een succesvolle ontwerpster en reist ze door Europa op zoek naar antieke trouwjurken.

Cees van Dijk

Bang klok", riep de kleuter als de klokken van de Oude Kerk aan het Torenplein in Barneveld weer van zich lieten horen. Niet zo vreemd, want ze werd geboren in het huis bijna onder de toren van de kerk. „Ik was altijd een beetje bang van het gelui van de torenklok", zegt de nu 31-jarige Miriam van Weeghel. „Maar op zondag keek ik vanuit mijn slaapkamer aan de voorkant van het huis mijn ogen uit, gefascineerd door de hoedjes en tasjes van de kerkgangers die altijd perfect bij elkaar pasten. Ik had al een warme belangstelling voor mode", zegt ze lachend.

Dat haar jeugd onder invloed stond van beierende klokken, heeft haar niet onberoerd gelaten, want nu zijn haar winkel en atelier gevestigd in een historisch pand onder de Peperbus, de opvallende kerktoren in Zwolle, die zijn bijnaam dankt aan de groenkoperen koepel. Ondanks de angstige momenten in haar jonge jaren onder de Barneveldse torenklok bewaart Miriam dierbare herinneringen aan haar jeugd in het centrum van het dorp. „Altijd was daar wel wat te zien. Vaak speelden we in het parkje tegenover ons huis. Hutten bouwen en zo. Soms kwam ik onder de blauwe plekken thuis."

KNUTSELEN Was Miriam niet buiten of zat ze niet op school, dan bracht ze haar tijd door met papier, schaar en lijm, want knutselen was haar lust en haar leven. „Altijd was ik bezig om iets te maken. Volgens mijn moeder kon ik eerder knippen dan praten. Ze grapt nog steeds dat ze weleens dacht dat ik plakstiften at, zo veel ´verslond' ik er", herinnert Miriam zich. „Alles wat ik vond plakte ik aan elkaar."

Die drang om iets te maken, zal zij ongetwijfeld van haar ouders hebben meegekregen. Die leerden elkaar kennen op de kunstacademie. Ze kwamen na hun studie in Barneveld terecht. Later had haar vader een atelier op het industrieterrein waar hij technische, kinetische kunst maakte. Miriams moeder gaf les in kunstvakken en heeft zich nu toegelegd op fotografie.

„Als kind vond ik het heerlijk in Barneveld, maar als puber had ik er meer moeite mee, want er was voor jongeren weinig te beleven. Ik was al helemaal in de ban van alles wat met kunst en cultuur te maken had, maar op dat vlak had het dorp nauwelijks iets te bieden. Het Schaffelaartheater bestond nog niet en echte musea of andere plekken met kunstuitingen waren er nauwelijks", vervolgt Miriam.

TONEELGROEP Als zij na de basisschool - „Ik zat op de Zandberg, de openbare school" - op het Johannes Fontanus College, het JFC, belandt, kan Miriam zich uitleven als zij betrokken raakt bij de toneelgroep BRAAT. „Dat vond ik echt geweldig. Er was een mevrouw die de kostuums naaide. Daar was ik niet bij weg te slaan. Zodra ik een tussenuur had en mijn klasgenoten naar buiten gingen, was ik bezig in het handenarbeidlokaal. Daar lag een grote rol kippengaas, waar ik mijn eerste jurken van maakte", vertelt Miriam lachend als zij terugdenkt aan die periode.

Ook Reinald Teune, destijds gymdocent en initiatiefnemer van de toneelgroep op het JFC, heeft haar geïnspireerd. „Dat was een bijzondere man. Hij schreef stukken voor de toneelvereniging van de school en was voor mij een voorbeeld van de manier waarop je interdisciplinair met kunst en cultuur kunt omgaan. Hij liet zien hoe je in groepsverband kunt bouwen aan een productie, waarin theater, muziek én kostuums samen komen."

Voortdurend grijpt Miriam al in haar jeugd alle mogelijkheden aan om zich creatief te uiten. „Op school lukte dat mondjesmaat. Op mijn zestiende ging ik nog op dansles bij Désirée Nillessen. Bij haar beet ik me vast in modern ballet. O ja, ik kreeg ook acht jaar pianoles aan de Barneveldse muziekschool. En ik had een bijbaantje bij eetcafé De Hebberd aan de Jan van Schaffelaarstraat. Daar ontmoette ik mensen met soms bijzondere verhalen die mij een kijkje boden in de wereld buiten Barneveld."

KUNSTACADEMIE Al vanaf de brugklas weet Miriam dat ze naar de kunstacademie wil. Zodra ze haar vwo-diploma op zak heeft, vertrekt ze als 18-jarige naar Arnhem en volgt ze de vooropleiding aan de academie. „Die was erg breed. Voor mij werd al snel duidelijk dat ik mij wilde toeleggen op toegepaste kunst of product design." Op de academie ontmoet Miriam schoenfabrikant Floris van Bommel, die haar inspireert om niet alleen schoenen te ontwerpen, maar ze ook te maken. „Ik heb dat als afstudeerspecialisatie gedaan. Op die manier kon ik mijn wilde ideeën richting geven. In die tijd is de basis gelegd voor mijn verdere carrière als ontwerpster."

Miriams ontwerpen blijven niet onopgemerkt en de redacties van modebladen als Harpars Bazar China en tv-programma's als Holland Next Top Model weten haar te vinden. Alom krijgt zij lovende kritieken. Zelfs de kledingadviseurs van popidool Lady Gaga tonen belangstelling voor de de jonge ontwerpster. „Ik had een paar schoenen gemaakt met een uitgesproken vormgeving. Dat vonden ze wel passen voor de fotoshoot voor een cd-hoesje. Stel je voor, die mensen vliegen de hele wereld over op zoek naar kledij en accessoires voor de zangeres. En dan komen ze bij mij terecht. Uiteindelijk is er van die schoenen op de foto niets te zien, maar voor mijn ontwerpen was het een compliment."

BRUIDSMODE Ondanks het succes vindt Miriam het werken met schoenen te beperkt. „Je komt immers niet verder dan de voeten en ik wilde meer met kleding in de weer zijn, een complete outfit en collectie vormgeven. Op het JFC maakte ik al theatrale jurken voor mijn vriendinnen, want ik had mezelf leren naaien op de naaimachine van mijn moeder. Dan is de stap naar bruidsmode niet zo groot."

In Arnhem weet Miriam ook dat ze niet terugkeert naar haar geboortedorp. Ze wil naar een plek waar zij zich op het gebied van kunst en cultuur meer kan uitleven. Zo komt ze in Zwolle terecht. Daar gaat ze op zoek naar een historisch pand dat aansluit bij haar ambitie om vintage bruidsjurken te herontwerpen. Terwijl ze bezig is om die plannen vorm te geven, volgt ze ook nog een docentenopleiding. Op haar 26e kan ze aan de slag op een modevakschool. Daarnaast organiseert ze voor haar studenten modeshows bij poppodium Hedon en museum De Fundatie, ook in Zwolle.

CULTUREEL DNA In de Hanzestad voelt ze zich snel thuis. „Heerlijk die sfeervolle culturele stadscafés, musea en de prachtige oude architectuur. Hier kwam de samenwerking met anderen moeiteloos op gang. Weet je, er heerst in deze stad een cultureel DNA, gericht op interdisciplinaire samenwerking. Voor mij een complete openbaring. Zo kan het dus ook, denk ik vaak."

Tijdens haar zoektocht stuit ze bij toeval op een winkel waarvan de eigenaar iemand zoekt die een ambacht beheerst dat aansluit bij het pand. „Ik paste naadloos in dat profiel. Zo kwam ik op deze bijzonder locatie terecht." Toeval of niet, ook nu belandt ze onder de kerktoren, maar van ´bang klok' is geen sprake meer. In het historische onderkomen richt ze haar atelier in en vindt ze voldoende ruimte voor de meer dan tachtig, minstens dertig jaar oude, vintage bruidsjurken die ze inmiddels uit alle delen van Europa heeft verzameld. „Soms kom ik exemplaren tegen die zo mooi zijn dat ik er nauwelijks iets aan hoef te veranderen. Andere herontwerp ik volledig, zodat ze helemaal aansluiten op de wensen van de bruid van nu."

VERTAALSLAG Voor iemand die Miriam aan het werk ziet in haar boetiek, bestaat er geen twijfel, in deze omgeving is zij volledig op haar plaats. Alles ademt de sfeer van weleer. Wanden zijn voorzien van een fraaie houten lambrisering, in de kasten hangen de jurken. En op subtiele wijze heeft Miriam enkele accessoires toegevoegd die de Jugendstil van de ambiance onderstrepen. Hier kan Miriam al haar creatieve energie kwijt. „Ook nu vind ik het sociale aspect belangrijk, want in mijn vak zit ik heel dicht op iemands huid: letterlijk en figuurlijk. Ik werk met vrouwen toe naar het belangrijkste kledingstuk uit hun leven: een bruidsjurk die in alle opzichten precies past. Dat doe ik door het figuur van de toekomstige bruid uitgebreid te analyseren. Vervolgens zoeken we samen uit mijn assortiment naar een vintage jurk die zo veel mogelijk haar figuur complimenteert en past bij haar ´Grote Dag'. Zonder pardon knip ik mouwen of overbodige strikken weg en deconstrueer ik soms een complete jurk. Nederlanders zijn tamelijk behoudend als het om mode gaat, maar bij bruidsjurken leven ze zich helemaal uit. Voor mij is het magisch om de droom van een bruid vorm te geven".

SCHATTEN Heel Europa reist Miriam nu door, speurend naar oude bruidsjurken die een tweede leven verdienen. „In mijn atelier komen oud en nieuw samen. Voortdurend ben ik op zoek naar nieuwe schatten. Die jurken worden in de regel maar één keer gedragen. Soms zijn ze zo bijzonder dat ze helemaal passen bij de wensen van een bruid. Of ik vermaak er iets aan. Als ik een jurk tegenkom, zit er altijd een verhaal achter. Mijn allereerste exemplaar vond ik jaren geleden bij de kringloopwinkel. Bleek het naderhand een ontwerp van Frans Molenaar te zijn."

MAAKDRIFT Met de hedendaagse modewereld heeft Miriam zich nooit echt willen verhouden. „Als ik een modeshow organiseer, sta ik zelf het liefst naast de catwalk. Iets van waarde creëren, duurzaam en mooi vormgegeven, daar gaat het mij om. Als een ontwerp in de smaak valt en naadloos aansluit op de wensen van mijn bruid, degene die mijn kleding moet dragen, geeft mij dat zóveel voldoening. Dat is intiem en persoonlijk. Het gaat niet om mij, maar om wat ik maak."

Miriam's klanten komen vooral uit de Zwolse regio, maar er bestaat nationale en internationale interesse in haar ontwerpen. Onlangs ontving ze een aanvraag van iemand uit Rome. „Maar ik heb nog steeds een nauwe band met mijn geboortedorp, want uit de statistieken blijkt dat juist daar de meeste stellen trouwen. In Barneveld en omgeving woont een belangrijk deel van mijn potentiële klanten", besluit Miriam lachend.