• Wouter van Dijk

'We blijven strijden voor nationaal eerherstel'

Zaterdag 3 september 2016 was de dag dat voor Bert en Els Gerritsen uit Barneveld het leven instortte. Hun zoon Robert (32) raakte tijdens een vrijgezellenfeest betrokken bij een vechtpartij op de Amsterdamse Wallen en verloor zijn leven. ,,Maar onze jongen werd daarna nóg een keer van ons afgepakt, toen hij onterecht werd afgeschilderd als vechtersbaas. Het verlies verwerken is voor ons daardoor bijzonder lastig geworden.''

Wouter van Dijk

Een haarlok, in een zilveren doosje. Het is voor Els en Bert Gerritsen de laatste tastbare herinnering aan hun zoon Robert. Een gekoesterde schat, inmiddels een jaar lang bewaakt door een altijd brandend kaarsje en geflankeerd door een portret van de jonge man die zo vreselijk gemist wordt.

Dat het verdriet om het plotselinge verlies van hun zoon een jaar na dato nog heel diep zit, is meer dan duidelijk. Tijdens het gesprek met de nabestaanden in hun woning aan de Valkenier is het voor Els zichtbaar lastig haar tranen te bedwingen, terwijl Bert zich nu en dan verbijt en even de tuin in loopt en zus Angela naar de grond staart. Els: ,,Onze jongste zoon Jordy verwerkt het verlies op een heel andere manier, bijvoorbeeld met identieke tatoeages op zijn arm, net zoals zijn grote broer die had.'' Robert wordt extreem gemist.

OOG VOOR DETAIL ,,Het was dan ook zo'n goeie jongen'', bijt moeder Els het spits af. ,,Vroeger op school al. Hij leerde best, was vooral graag met zijn handen bezig, dat begon van jongs af aan al met lego.'' Na de vroegere Prinses Margrietschool vervolgde hij zijn pad op de Christiaan Huygensschool, waar het duidelijk werd dat hij talent had voor techniek en vooral oog had voor detail. Angela: ,,En wat ook snel duidelijk was: hij lag goed in de groep. Hij had altijd vrienden om zich heen, om wie hij ook veel gaf.'' Dat kan Els zich ook goed voor de geest halen. ,,Als een van die vrienden even hulp nodig had, dan was hij er en sloeg hij met gemak een arm om iemands schouder. Echt een jongen op wie je kon bouwen.'' Een jongen ook die duidelijk van snelheid hield, bijvoorbeeld van motorcross. ,,Hij was vroeger altijd aan het prutsen aan van alles en nog wat, als er maar een motortje op zat.''

Na het behalen van zijn diploma rolde Robert in het vak van tegelzetter. Eerst via tegelzettersbedrijf Van Beek in Barneveld, daarna werd hij geregeld ingehuurd door tegelzetter Daan Gundelach, totdat hij zo'n tien jaar geleden de stap waagde en voor zichzelf begon met zijn bedrijf RG Tegelwerken. Door zijn vele contacten in het bouwwereldje kreeg hij al snel voldoende opdrachten toegeschoven. Robert woonde in die tijd inmiddels al in Voorthuizen, samen met zijn vriendin. Bert: ,,Daar voelde hij zich sowieso veel meer thuis en dat snap ik ook wel. Voorthuizen is wat losser, wat gezelliger dan Barneveld, dat paste veel beter bij dat drukke baasje.''

GOED VOOR ELKAAR Het contact tussen Robert en zijn ouders was prima. Nog trotser waren zij vanaf het moment dat de tegelzetter zes jaar geleden voor het eerst vader werd. Bert: ,,Hij had alles mooi voor elkaar. Het jonge gezin, met later twee kinderen, had net een mooi nieuw huisje aan de Molenweg. Met zijn werk ging het ook prima. Hij kreeg steeds mooiere, professionelere klussen. Daar was hij ook echt trots op. Een harde werker met hart voor zijn gezin.'' Angela: ,,Hij had net met vrienden de overkapping bij zijn huis af en wilde dat op een zaterdagavond begin september thuis gaan vieren. Omdat uiteindelijk enkele vrienden die dag naar Amsterdam zouden gaan voor een vrijgezellenfeest, besloot ook Robert alsnog mee te gaan en zijn geplande barbecue later in te halen.''

Logisch dat het dramatische moment voor Bert en Els een jaar geleden als een oorverdovende klap bij heldere hemel kwam. ,,We waren dat weekend met zijn tweetjes een paar dagen weg, we verbleven in het Duitse Cochem'', vertelt Roberts vader. ,,Midden in de nacht, om 2.45 uur, ging de telefoon. Het was zijn vriendin, die ons vertelde dat Robert in het VU ziekenhuis in Amsterdam lag. Hij zou bij een vechtpartij betrokken zijn geweest, met een ambulance naar het ziekenhuis zijn vervoerd en het zou verstandig zijn ook snel daar naartoe te komen. Veel meer dan dat was er nog niet bekend.'' Els: ,,Tien minuten later zaten we in de auto en reden we er rechtstreeks naartoe.'' Ook Angela en haar jongere broer Jordy werden gewaarschuwd en spoedden zich naar het ziekenhuis.

EEN GERRITSEN Die zondagochtend was een onwerkelijk moment voor het gezin Gerritsen. Angela: ,,Ja, we zagen Robert daar liggen aan de beademing en met een drain in zijn hoofd. Hij lag in coma, er was geen enkele reactie, maar verder zag hij er wel gezond uit. Beetje gebruind, want de jongens hadden die dag op het water doorgebracht, verder heel sereen. Zo zaten we met elkaar in de wachtkamer op de gang. 'Ach, het is een Gerritsen hè, die komt er wel weer bovenop', zeiden we tegen elkaar. Andere scenario´s kwamen überhaupt niet bij ons op.''

Tot het moment dat er vijf artsen in witte jassen plots voor de wachtende familieleden stonden, net twaalf uur na het fatale moment. ,,Dat was écht een onwerkelijk beeld dat ik nooit meer zal vergeten'', vervolgt Angela. ,,Plompverloren meldden ze ons dat Robert niet meer te redden viel. Mocht er al sprake zijn van herstel, dan zou hij geen volwaardig leven hebben. Zijn hersenstam had zo´n enorme klap gekregen dat door zwellingen en een bloeding ernstige, blijvende schade was veroorzaakt. De doktoren zouden de procedure in gang zetten om hem hersendood te verklaren. Dat zou dan het officiële moment van overlijden zijn. En, o ja, of de man wellicht donor was, werd direct gevraagd.''

Dat laatste viel de ouders en zus wel heel rouw op het dak. Nog steeds zit dat moment vers in hun geheugen, blijkt als Els moeite heeft haar tranen tegen te houden. ,,De hele donorprocedure, daar heb ik nog steeds last van'', zegt ze emotioneel. Angela: ,,Wij waren op dat moment nog niet eens bezig met het idee dat Robert zou sterven, op die donorvraag hadden we ons al helemaal niet voorbereid.'' Officieel was Robert niet geregistreerd als donor, maar omdat hij er onlangs met vrienden toevallig eens over gepraat had, was ter sprake gekomen dat, mocht het moment ooit daar zijn, anderen dat voor hem mochten bepalen. Bert: ,,We zijn daar dus mee akkoord gegaan, ons op dat moment niet realiserende wat voor effect dat emotioneel heeft.''

HERSENDOOD Het gevolg was namelijk dat het lichaam van Robert tot aan maandagochtend kunstmatig in leven werd gehouden, tot het moment dat hart, nieren en lever getransplanteerd werden. Tegelijkertijd werden er tests uitgevoerd om de verklaring ´hersendood´ te kunnen vaststellen en moest de recherche bij het lichaam zijn voor onderzoek. Er was immers sprake geweest van een misdrijf. Bert: ,,Al met al konden we met moeite afscheid van onze zoon nemen en zagen we een lichaam dat er nog goed uitzag. Hij leek te ademen door de beademing en zijn hart bleef bloed rondpompen. Probeer jezelf er dan maar eens van te overtuigen dat je zoon is overleden. Dat is niet te doen. Achteraf ben ik voor mezelf tot de conclusie gekomen dat Robert eigenlijk daar op de Wallen al gestorven is. Hij is dan weliswaar gereanimeerd door een motoragent, maar toen was het feitelijk al te laat. Zijn sterke hart heeft zijn best gedaan, maar zijn hersenen waren toen al dusdanig beschadigd.''

Waar in 'normale' omstandigheden familieleden direct na het verlies van een dierbare de ruimte en de tijd krijgen om de schok te verwerken, werd die kans het gezin Gerritsen ontnomen, zo ervaren Roberts nabestaanden. ,,Waar we in het ziekenhuis nog helemaal niets van hadden meegekregen, en ons ook compleet niet van bewust waren, was het mediacircus dat zich inmiddels razendsnel had ontwikkeld'', zegt Bert. ,,Overal verschenen foto´s van en verhalen over onze zoon en over de uit de hand gelopen vechtpartij op de Wallen. Terwijl wij nog beduusd moesten bijkomen van het verse nieuws dat onze zoon was overleden, wist heel Nederland dit ook al.''

SUSSEN Het beeld ontstond dat Robert had geprobeerd een ruzie met een groep Roemenen te sussen, waarbij hij zelf een klap kreeg. Bert: ,,Natuurlijk heel confronterend dat we het verhaal overal te horen kregen, maar tegelijkertijd kon ik er ook wel vrede mee hebben dat ze naar mijn idee wel het juiste verhaal naar buiten brachten. Ik kon me op geen enkele manier voorstellen dat Robert zelf gevochten zou hebben. Dat kon gewoon écht niet, daar was ik van overtuigd. Dat hij in een naïeve bui als een soort vredesstichter zou hebben opgetreden, ja, dat zag ik wel helemaal voor me. Dát was Robert wél ten voeten uit''.

Maar het beeld kantelde een week later, toen de politie naar buiten bracht dat er wel degelijk ook geweld zou zijn gebruikt door de Voorthuizense groep en dat ook Robert zelf gevochten zou hebben. Bert: ,,Dat is in die tijd werkelijk zo gezegd. Het hakte er bij ons vreselijk in. Voor de tweede keer werd onze zoon ons afgenomen, maar nu door de berichtgeving die naar ons idee gewoonweg niet kón stroken met de werkelijkheid. We hadden onze jongen nog maar net begraven of ineens werd hij publiekelijk afgeschilderd als vechtersbaas. Vreselijk.''

Op dat moment besloot Bert zich vast te bijten in het 'dossier', om te bewijzen dat Robert geen blaam trof. ,,Ik moest koste wat kost zijn naam zuiveren, dat was het enige dat ik nog voor hem kon betekenen. Vanuit mijn overtuiging dat hij gewoon ontzettend veel pech moet hebben gehad, zelf niets had uitgelokt, ben ik op zoek gegaan naar informatie.''

Zijn vader startte zijn zoektocht op de plek des onheils, op de Majoor Bosshardtbrug over de Oudezijds Achterburgwal, waar de vechtpartij plaatsvond. ,,Ik sprak er met mensen in de buurt, onder anderen van het direct daarnaast gelegen prostitutiemuseum'', vertelt Bert verder. ,,Een dame wist mij te vertellen dat Robert vlak bij haar stond, op het moment dat de vechtpartij ontstond. Robert zou toen tegen haar gezegd hebben: ´daar moet ik heen, om de boel te sussen´. Ook kreeg ik te horen dat het op die brug al een aantal maanden broeide, sinds hier, in het hart van de Wallen, geen toezichthouders meer stonden. ´Het moest een keer flink fout gaan´, zeiden meerdere betrokkenen me.''

NOOIT GETWIJFELD Berts eigen onderzoek ten spijt bleef het beeld van ´vechtersbaas Robert´ in stand en kon hij dat niet met voldoende bewijs weerleggen. Totdat hij en zijn familieleden, na herhaaldelijk aandringen, zo'n twee maanden na het drama de beelden van bewakingscamera´s mochten komen bekijken. Bert: ,,Het was immers ook te zot voor woorden dat journalisten van Het Parool die beelden al wel gezien hadden, maar dat wij tot dan toe geweigerd werden.'' Vooraf waarschuwde Berts zwager, die zelf ook bij de politie werkt, hem. ,,Ik weet het nog goed. ´Het kan zijn dat je dingen ziet die je niet zou willen weten´, zei hij tegen me. Ik heb hem gezegd dat ik geen moment getwijfeld heb aan de onschuld van mijn zoon''. Wat de familie zag, was voor Bert overtuigend: ,,Op werkelijk geen enkel beeld is te zien dat Robert vecht, nergens. Je ziet dat hij een klap krijgt, wankelt en valt, maar je ziet hem nergens vechten. Mijn vermoeden, mijn overtuiging, klopte dus wel degelijk.''

Eind december vertelde zus Angela in deze krant hoe het volgens hen werkelijk zat, op basis van de aan hen getoonde beelden. Robert zou iemand die in de gracht was gevallen te hulp geschoten zijn en kreeg vervolgens van achteren een vuistslag op zijn achterhoofd.

Die klap kwam uit het niets en leidde uiteindelijk tot de hersenbloeding waaraan de Voorthuizenaar overleed. Het Openbaar Ministerie zou hen hebben gezegd dat Robert inderdaad geen aandeel in de vechtpartij heeft gehad. Officieel is dat tot nog toe niet bevestigd, omdat de inhoudelijke behandeling van de zaak nog zijn beloop moet krijgen.

Bert: ,,En dus zitten we nu inmiddels een jaar met de wetenschap dat Robert onschuldig is, maar leeft het beeld van een vechtersbaas nog voort. En dat is moeilijk te verkroppen, dat het zó vreselijk lastig is om eerherstel te krijgen.'' Els: ,,Het onbegrip bij veel mensen, dat vind ik zelf erg moeilijk. Mensen oordelen misschien negatief over mijn zoon, terwijl ik met moeite het verdriet over zijn gemis kan verwerken. Dat gevoel van ´eigen schuld, dikke bult, wat moesten ze dan ook op de Wallen´. Ik vind het vreselijk moeilijk en eenzaam, deze tijd.''

MUUR TEGEN GEWELD Om dat eerherstel toch voor henzelf richting te geven, besloot de familie vlak voor de zomervakantie een bordje met Roberts naam bij te zetten bij de muur tegen zinloos geweld in De Wijk in Drenthe. Bert: ,,Dat is voor ons bijzonder waardevol, want dáár hoort Roberts naam ook tussen. Onze lieve jongen, geweldige papa, heeft gewoon dikke pech gehad. Behulpzaam als hij was, kwam hij mensen te hulp tijdens een vechtpartij. Met die wetenschap moeten wij vrede hebben. Nationaal eerherstel voor Robert gaat er hoe dan ook komen, daar ben ik van overtuigd.''

Label:

Gerritsen