Woudenberg krijgt IJslands geld terug

WOUDENBERG - De gemeente Woudenberg heeft het laatste deel van de vordering op de failliete IJslandse bank Landsbanki via de Deutsche Bank verkocht. Hierdoor ontvangt de gemeente het volledige bedrag, dat als vordering in de boeken stond, terug.De Woudenbergse wethouder Gijs de Kruif (Financiën) is ,,verheugd" dat de gemeente het dossier kan sluiten. ,,Het risico dat de gemeente het geld uit IJsland niet terug zou krijgen vervalt hiermee. Ook is het geld nu relatief snel terug en hoeven we daar niet meer jaren op te wachten. Maar, vervolgt hij, ,,de verkoop van de vordering zorgt er helaas niet voor dat het tekort in de begroting 2015-2018 wordt opgelost."Tegelijkertijd met de vordering van Woudenberg zijn ook die van de provincies Groningen en Noord-Holland en dertien andere gemeenten - waaronder Den Haag - verkocht. De Nederlandse decentrale overheden hadden een totale vordering van ongeveer 187 miljoen euro. De verkoop, in combinatie met ontvangen boedeluitkeringen, leidt ertoe dat alle decentrale overheden het volledige bedrag terugkrijgen dat ze in IJsland hadden uitgezet, vermeerderd met toegekende rente. De staat heeft zijn vordering, ruim 600 miljoen van de oorspronkelijke 1,4 miljard, al eind augustus van de hand gedaan. Woudenberg had oorspronkelijk 1 miljoen euro uitstaan. In de afgelopen jaren betaalde de IJslandse bank daar ruim de helft van terug. De staat en de lagere overheden die geld hadden uitstaan bij Landsbanki trokken aanvankelijk samen op om de vorderingen geïncasseerd te krijgen. Toen de staat eind augustus zijn vordering verkocht, hebben Woudenberg, de provincies Groningen en Noord-Holland en de andere betrokken gemeenten, gezamenlijk besloten dit ook te doen. Landsbanki was de moederbank van internetbank Icesave. Die zette in mei 2008 voet op Nederlandse bodem, met aantrekkelijke spaarrentes. Via internetspaarrekeningen brachten meer dan 100.000 Nederlanders miljarden euro's onder bij de bank. Nog geen half jaar later kon de bank zijn verplichtingen niet meer nakomen en nationaliseerde IJsland de bank. De Nederlandse staat, die destijds ruim 1,4 miljard euro voorschoot om gedupeerde spaarders te helpen, kreeg zijn geld eerder dit jaar al terug.Het ging in het geval van de Staat nog om zo'n 600 miljoen euro. Ook dat geld werd opgehaald door de vordering op de markt te verkopen. Icesaving, de vereniging van gedupeerde vermogende spaarders van Icesave, reageerde met frustratie op de bekendmaking van de verkoop van vorderingen van de lokale overheden. Volgens de vereniging kunnen particuliere spaarders vanwege de geringe grootte van hun vorderingen hun claims niet kwijt en krijgen ze geen enkele medewerking vanuit IJsland om ook hun vorderingen te verkopen.