• Op de foto van links naar rechts: Coert, Janneke, Wouter en Jan van Donkersgoed.

    Pauw Media

Familiezaken: al vier generaties op de trekker

VOORTHUIZEN Eigenlijk zit ze het liefst op een trekker, geeft Janneke van Donkersgoed toe. Dat komt er nauwelijks meer van nu ze samen met haar broers de dagelijkse leiding heeft over het bedrijf waarvan haar overgrootvader in 1924 de basis legde.

Cees van Dijk

„Laten we maar in de directiekamer gaan zitten”, stelt Janneke van Donkersgoed (33) voor als we bij het bedrijf in Voorthuizen arriveren. Onder aan de trap van het kantoor staan klompen en werkschoenen en boven, in de bedrijfskantine, is het vandaag ‚volle bak’. „Op dit moment kunnen we buiten weinig doen”, legt Jannekes vader Jan van Donkersgoed (64) uit. „Daarom zijn de jongens nu bezig met het onderhoud van de trekkers en de werktuigen.”

DORSMACHINE Zodra we aan tafel zitten, komt de kartonnen doos met het historisch archief op tafel. Tussen de foto’s en de krantenknipsels ligt een afbeelding van de grondlegger van het bedrijf die met zijn trekker aan het werk is op een maisveld. „Samen met zijn broers Willem en Gijs kocht mijn overgrootvader een dorsmachine met een tractor. Hun bedrijf was toen nog gevestigd aan de Zeumerseweg”, vertelt Janneke als we de tastbare herinneringen aan de achterliggende jaren door onze handen laten gaan. „In die tijd werd er vooral met paardenkracht gewerkt”, gaat Jan verder. „Ik denk dat mij opa de eerste hier in de buurt was met een trekker.” Vanaf de start heeft het bedrijf van de drie broers Van Donkersgoed de wind mee. Vaak moet Klaas opdraven met zijn trekker als paarden het werk niet aankunnen. Bijvoorbeeld om percelen heide te ontginnen en gereed te maken voor de akkerbouw.

Bij elke foto en ieder knipsel borrelt er een verhaal op. „Kijk”, zegt Jan lachend als hij een vakblad uit 1973 uit de doos opdiept waarin we hem aan het werk zien, „Hier had ik nog een kop met iets meer haar. Ik was toen bezig met een van de eerste hakselaars, een landbouwmachine voor het maaien en versnipperen van snijmaïs en gras.” Hoewel hij nog regelmatig op het bedrijf te vinden is en de nodige hand-en-spandiensten verricht, bemoeit hij zich niet meer met de dagelijkse leiding. „Toen ik zestig werd heb ik het stokje overgedragen”, licht hij toe. „Nu moeten de kinderen de zaak draaiende houden, en dat doen ze goed.”

VROUWEN Opvallend is dat het archief geen afbeeldingen herbergt van vrouwen. „Klopt’, geeft Janneke toe. „Ik ben de eerste vrouw in de directie van het bedrijf. Mijn twee broers, Wouter (32) en Coert (28), zijn veel technischer dan ik. Daarom bemoei ik me vooral met de financiële administratie en zij houden zich bezig met de projecten en de werkplaats. Maar eigenlijk doen we allemaal alles. Als het nodig is, stappen we zo weer op de machines. Zelf zat ik al op mijn zestiende op een tractor en pas daarna ben ik op kantoor gekomen waar ik een paar jaar de planning heb gedaan. Altijd als het nodig was sprong ik bij met het werk op het land.” Voor elk probleem een oplossing bedenken. Dat is volgens vader en dochter de belangrijkste reden waarom een bedrijf het al bijna honderd jaar en vier generaties kan volhouden.

Nadat ze haar opleiding aan het Groenhorst College in Barneveld heeft afgerond, gaat Janneke naar de Middelbare Landbouwschool in Houten. Daarna doet ze tijdens verschillende stages een schat aan ervaring op. Als er vroeger aardappels gerooid moesten worden, ging ze mee met haar vader. „Daar kon ik enorm van genieten. Van al het werk in de landbouw trouwens. Ik vind het jammer dat dit steeds minder wordt”, zegt ze, terugkijkend op haar jeugdjaren.

PATAT Die aardappels. Dat blijft een bijzonder verhaal. „Als je hier in de omgeving fietst en je ziet op de velden aardappelplanten in bloei staan, heb je grote kans dat het onze aardappelen zijn”, zegt Jan. „In de omgeving hebben we zo’n honderd hectare aardappels die we telen. En elk jaar proberen we als eerste met de nieuwe aardappels bij de fabriek te zijn waar er patat van wordt gemaakt”, voegt hij daar aan toe. „Grond huren we van de boeren, want het is belangrijk dat we de gewassen op de percelen wisselen. Nederland is een goed aardappelland. Het is hier meestal niet te nat of te droog. Zelfs Chinezen eten tegenwoordig patat van Nederlandse aardappels”, weet Jan.

AFKIJKEN Nog steeds kan Janneke, net als haar broers, alle werktuigen bedienen waarover het bedrijf beschikt. Helaas heeft ze tegenwoordig minder gelegenheid om het land op te gaan, want toen de kinderen kwamen, moest ze haar aandacht verdelen tussen de zaak en thuis. Stilzitten is er ook daar niet bij. „In ons huis heb ik zelf tegels gelegd. Dat heb ik geleerd door te kijken hoe vakmensen het doen.” Afkijken, noemt haar vader dat. „Vroeger deed ik dat op school al, maar daar werd het niet gewaardeerd. Door af te kijken leer je. Dat houd ik de jongens ook altijd voor. Kijk maar om je heen. Bedrijven die goed draaien, kijken af. En die Chinezen die hier komen, lopen niet voor niks allemaal met een camera.”

Flexibiliteit en alles aanpakken als het nodig is, ziet Janneke als de kracht van het bedrijf. Praat met Jan en zijn dochter niet over personeel, want aan die term hebben ze een hekel. „We doen het allemaal samen, we zijn collega’s van elkaar. Als er iemand ziek is of persoonlijke problemen heeft, lossen we dat onder elkaar op”, benadrukt Jan. Werknemers die hun eerste ziektedag zelf moeten betalen, daar doen ze bij Van Donkersgoed niet aan. „Bij ons voert het menselijk aspect de boventoon. Wij willen een sociaal bedrijf blijven.”

Dat de mensen het bij Van Donkersgoed naar hun zin hebben blijkt ook uit het geringe personeelsverloop. Van ziekteverzuim is nauwelijks sprake en iedereen heeft hart voor het bedrijf, valt Janneke haar vader bij. „We hebben een stevige onderlinge band. Ik ga altijd uit van wat ik zelf prettig zou vinden. Vertrouwen moet de basis zijn, anders werkt het niet. En een prettige werksfeer betaalt zich altijd terug.”

ERVARING Net als veel andere bedrijven waar het draait om het handwerk, heeft ook Van Donkersgoed moeite met het vinden van geschikte medewerkers. Jan: „Op dit moment hebben we 35 man in dienst. Een van onze oudste collega’s werkt hier al 47 jaar. Die maakt de vijftig wel vol, hopen we. Soms huren we extra mensen in, maar we zoeken voortdurend naar mensen die gewoon met hun handen willen werken. En dat valt nog niet mee. Ouderen? Ja hoor, met hun ervaring zijn die bij ons ook welkom.”

In alle opzichten is er de afgelopen eeuw het nodige veranderd, stelt Jan vast. „Kijk eens wat een techniek we nu in huis hebben. Onze eerste auto was een Daffodil, een klein vrachtwagentje waarmee we petroleum naar de machines op het land brachten. Daarvoor deden de jongens dat met een bakfiets. Nu vinden we het normaal als we met 3D-apparatuur aan de slag gaan.” Dat brengt ons op een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van Van Donkersgoed. Toen de techniek werd verbeterd en de landbouw meer periodewerk werd, ging het bedrijf aan de slag in de wegenbouw en de cultuurtechniek. Die activiteiten breidden zich in de loop van de jaren steeds verder uit.

Ook het werkgebied is allang niet meer beperkt tot de regio. „Destijds stonden de landerijen tussen Amersfoort en Apeldoorn vol met mais’, Herinnert Jan zich. „Dat is allemaal minder geworden. Veel boeren zijn gestopt en het maaien of rooien van mais, gras en aardappels gaat nu veel sneller. Vroeger deden we over het mais hakselen soms wel dertien weken, nu zijn we in veertien dagen klaar. Bovendien zorgt het landbouwwerk voor een piek in de zomermaanden en buiten het seizoen heb je veel minder te doen. Nu zijn onze activiteiten meer over het hele jaar verdeeld.”

EGALISEREN „In Denemarken hebben we projecten gedaan en aan de aanleg van de A30 hebben we een forse bijdrage geleverd. Ook hebben we klussen voor Rijkswaterstaat gedaan”, zegt Janneke als ze een paar foto’s laat zien van werktuigen die met een kraan in de bouwput van een tunnelbuis worden getakeld. „Hier in de buurt hebben we bijvoorbeeld het Schateiland bij Zeumeren gerenoveerd en zijn we bezig met de aanleg van het nieuwe gedeelte van recreatiepark Ackersate in Voorthuizen.

Jan en Janneke zullen het niet van de daken schreeuwen, maar feit blijft dat hun bedrijf een van de weinige is met zoveel kennis en ervaring in het vlak maken van terreinen. Dat doen ze met de vijf zogeheten graders, gemotoriseerde machines die worden ingezet voor het egaliseren van grote oppervlakten zoals onderlagen van wegen of bouwterreinen. Bij Van Donkersgoed zul je de term ‚marktleider’ niet horen, maar duidelijk is dat het bedrijf in de loop der jaren op dit specialistische werkterrein naam heeft gemaakt.

AARDAPPELS Aan het einde van ons gesprek lopen we met Jan naar de schuur waar de indrukwekkende trekkers, landbouwmachines en andere werktuigen staan opgesteld voor periodiek onderhoud. Het geraamte van dat gebouw is destijds gekocht. „Toen we het gingen neerzetten zei mijn vader dat die schuur nooit vol zou komen. Hij moest eens weten dat de meeste machines tegenwoordig buiten staan.”

Tussen de immense trekkers, graders en hakselaars staat een gecompliceerd ogend werktuig. Met gepaste trots legt hij uit dat hiermee de aardappels worden gepoot. „Die hebben we zelf ontwikkeld. Op die manier kunnen we snel en efficiënt werken. Voorheen moesten we vijf keer hetzelfde stuk land over. Nu doen we dat in een keer. Dat moet ook wel, anders wordt het veel te duur en is het niet rendabel meer. En, niet vergeten, als je een patatje eet heb je dikke kans dat wij de aardappels daarvoor hebben geleverd.”