• De jeugd geniet meteen vanaf het eerste moment volop van de nieuwe speeltoestellen aan de Wethouder Zandbergenlaan in Barneveld.

    Gerwin van Luttikhuizen

1,5 miljoen voor speelvelden en struinplekken

BARNEVELD Om vooral jongeren vanaf ongeveer twaalf jaar meer speelruimte te geven in de wijken, wil het Barneveldse college van burgemeester en wethouders de komende vijf jaar diep in de buidel tasten. Op diverse plekken in Barneveld en Voorthuizen moeten er wijkoverstijgende speelplekken komen met ruimte voor uitdagend spelen. Daarnaast moet er meer ruimte komen voor informele speelplekken waar jongere kinderen lekker kunnen struinen.

Wouter van Dijk

Dat zijn twee aandachtspunten in het nieuwe speelruimtebeleidsplan van de gemeente Barneveld, dat het afgelopen jaar is opgesteld. De komende vijf jaar trekt het college in totaal 1,5 miljoen euro uit om speelplekken te verbeteren, nieuwe aan te leggen en te zorgen voor een betere spreiding door de wijken heen, zegt wethouder Eppie Fokkema. ,,Voorafgaand hebben we gesproken met kinderen, ouders, scholen, wijkplatforms, jongerenwerkers en wijkagenten om een goed beeld te krijgen van de huidige situatie. Wat vooral opvalt is dat veel jongeren van middelbare schoolleeftijd vinden dat er voor hen te weinig te doen is. Kijk bijvoorbeeld naar nieuwbouwwijk De Burgt. Daar zijn tal van speelpleintjes met speeltoestellen voor kinderen, maar er ontbreekt eigenlijk een mooi veld met uitdagende toestellen voor jongeren. Gevolg is dat zij de jeugd in de weg zitten of elders hun heil zoeken en gaan rondhangen, met mogelijk overlast of vandalisme tot gevolg.''

UITDAGENDER Spelen in Barneveld moet uitdagender worden, vindt de wethouder. ,,We horen bijvoorbeeld terug dat veel kinderen graag 'struinen' in bosjes en tussen bomen, daar moeten we ze de ruimte voor geven. Struinplekken moeten we, waar ze beheerbaar zijn, beschikbaar houden. En waar ze ontbreken of met de groenomvoming zijn verdwenen, moet zoiets ontstaan. We willen de jeugd uitdaging en variatie in het spelen kunnen bieden.''

Belangrijk is volgens hem vooral dat de verdeling van speelplekken eerlijker moet en beter afgestemd moet worden op de leeftijd van de kinderen in de wijk. ,,Dat kan betekenen dat we bestaande speelplekken voor jongere kinderen gaan omvormen voor een andere doelgroep, mocht dat in die wijk nodig zijn. Andere speelplekken zullen verdwijnen.'' In totaal moeten er 69 informele speelplekken ontstaan. Daar staat tegenover dat er 58 speelplekken zullen verdwijnen in wijken waar het aantal kinderen is afgenomen of waar nu speelplekken ,,onnodig dicht bij elkaar staan.''

TIJDELIJKE PLEKKEN Fokkema: ,,Omdat wijken zich ook ontwikkelen, willen we meer gaan werken met tijdelijke plekken met speeltoestellen of een trapveldje. De wijk Veller bijvoorbeeld is nu een jonge wijk met veel kleine kinderen, maar over tien jaar zijn die kleine kinderen groot en is de speelbehoefte veranderd. We willen daarom flexibeler zijn met speelterreinen die ook verplaatst moeten kunnen worden. Op diverse speelplekken zullen we ook toestellen gaan verwijderen voor een soberdere inrichting. Op sommige plekken constateren we dat er wel veel wipkippen bij elkaar in de buurt staan.''

GROTE SPEELPLEKKEN Grote speelplekken kunnen volgens Fokkema gaan fungeren als centrale ontmoetingsplaatsen voor jeugd, jongeren en ouders, met ruimte voor uitdagende speeltoestellen en voor grotere sporten. ,,In De Glind is daar al een mooi voorbeeld van, op de plek van het nieuwe kunstgrasveld. Jongeren uit het dorp komen daar samen. Juist dit soort plekken missen we nog in andere dorpen.'' Voor Barneveld zijn vijf bovenwijkse grote speelplekken gepland, daarnaast twee in Voorthuizen.

Voordat ergens een situatie verandert of een nieuwe speelplek wordt aangelegd, gaat de gemeente in overleg met direct aanwonenden en het wijkplatform, benadrukt de wethouder. ,,Want het gaat er ook om dat er in de buurt draagvlak is.''

De Barneveldse raadscommisie Samenleving buigt zich woensdag 30 maart over het nieuwe plan, waarna er in april een besluit over wordt genomen. Het plan dient dan de komende vijf jaar als kader, een basis voor specifieke uitvoeringsplannen.