• Egbert Kreiken

    Juus Kreiken
  • Juus Kreiken
  • De universiteit in de Turkse hoofdstad Ankara heeft haar sterrenwacht vernoemd naar Egbert Kreiken.

    Juus Kreiken

Barneveldse sterrenkundigen geëerd met 'eigen' maankrater

BARNEVELD Een beetje vreemd is het wel. Barneveld heeft twee wereldberoemde sterrenkundigen voortgebracht: Jacobus Cornelius Kapteyn en Egbert Adriaan Kreiken. Naar beiden is een maankrater genoemd – iets wat geldt voor slechts 25 mensen uit het Nederlands taalgebied. Maar een straatnaam in het geboortedorp heeft alleen Kapteyn gekregen.

Fija Nijenhuis

Wat de reden is voor het ontbreken van een Kreikenstraat in Barneveld? De neef van Egbert Kreiken, Juus (69), weet het niet. En al heeft Jacobus Kapteyn wél een straatnaam, zijn collega-wetenschappers waren in 1922 geschokt over het gebrek aan treurnis bij het grote publiek na het overlijden van de internationaal bewonderde sterrenkundige. ,,Zullen latere generaties verbaasd zijn als ze dit horen?'', vroeg een van hen zich vertwijfeld af. ,,Kapteyn was one of the greatest Dutchmen!''

Vergeten zijn de beide Barneveldse sterrenkundigen een kleine honderd jaar later zeker niet. De Groningse universiteit waar Kapteyn jarenlang werkte, heeft de werkkamer van de astronoom - inclusief diens bureau en globes - intact gehouden. En de universiteit in de Turkse hoofdstad Ankara heeft haar sterrenwacht vernoemd naar oprichter en oud-directeur Egbert Kreiken. Deze astronoom is bovendien nog altijd veel in de gedachten van zijn neef Juus. De nu in Zeeland wonende gepensioneerde bedrijfsarts – hij werkte in de jaren tachtig en negentig in de regio Barneveld - noemt zijn oom ,,een gigantisch voorbeeld''. Persoonlijke herinneringen heeft Juus Kreiken desondanks weinig aan de jongere broer van zijn vader. Hij was vijftien toen Egbert in 1964 stierf. ,,Ik ben me op latere leeftijd in zijn leven gaan verdiepen en heb veel bewondering gekregen voor wat hij allemaal heeft gepresteerd. Want hij heeft heftige dingen meegemaakt.''

LIJFSPREUK Egbert Kreiken werkte als docent natuurkunde in Nederlands-Indië toen de Japanners in 1942 het land binnenvielen. Ruim drie jaar van zijn leven bracht hij door in concentratiekampen. Zijn vrouw Baukje was apart van hem gevangengezet. Zij overleed vlak na de bevrijding. ,,Mijn oom kon dat heel moeilijk verwerken en werd ernstig ziek'', vertelt Juus Kreiken. ,,Toch ging hij na zijn herstel weer 'gewoon' aan het werk in Nederlands-Indië. Zijn hele leven heeft hij zich ingezet voor anderen, in het bijzonder voor goed onderwijs. Egberts lijfspreuk is de mijne geworden: 'One should do as much as one can in life'. Ofwel: doe wat je kunt in dit leven.''

Van natuurkundedocent schopte de geboren Barnevelder het tot hoge bestuurder bij het ministerie van onderwijs in Indonesië en tot directeur van het sterrenkundig instituut in Ankara. In de jaren vijftig stichtte hij er een sterrenwacht. Al is er op de Veluwe geen straat vernoemd naar Kreiken, in 2014 werd hij in Turkije dus wél geëerd: het observatorium kreeg in dat jaar de naam Kreiken Observatorium.

BENNO Zowel Egbert Kreiken als zijn vakgenoot Jacobus Kapteyn – de naam wordt tegenwoordig vaak geschreven als Kapteijn – begonnen hun leven in de negentiende eeuw in Barneveld. Kapteyn werd in 1851 geboren en Kreiken in 1896. Ze groeiden niet tegelijkertijd op, maar ze gingen in hun kinderjaren wel naar dezelfde school: beiden bezochten jongensinternaat Benno ('het krachtige kind'), opgericht in 1852 door de vader van Kapteyn en later overgenomen door nota bene de vader van Kreiken. Het statige gebouw stond aan de rand van het centrum, schuin tegenover het station. Het werd in 1968 afgebroken om plaats te maken voor een parkeerplaats. Als er nu geen auto's staan is er markt. De straatnaam bij de voormalige locatie van huize Benno? Kapteijnstraat.

Dat Barneveld halverwege de negentiende eeuw er een kostschool bij kreeg – het dorp telde er meerdere in die tijd – was te danken aan het onderwijskundige talent van vader Gerrit Kapteyn. Die gave was in zijn directe omgeving niet bijzonder: bij de familie Kapteyn zat onderwijzen al generaties in het bloed, schreef Jacobus' dochter Henriette later in een biografie. Was er geen school waar de leergierige Kapteyns hun kennis konden delen, dan gebeurde dat 'gewoon' in familiekring. Toen Gerrit met zijn vrouw Elisabeth en twee zoontjes Bodegraven verliet om te gaan lesgeven in Barneveld, deed hij dat dan ook met immens veel inzet en toewijding. Het resultaat was ernaar: de lessen van Gerrit Kapteyn vielen zo in de smaak dat steeds meer jongens van buiten het dorp naar Barneveld werden gestuurd. Zij vonden doordeweeks noodgedwongen onderdak bij verschillende families, iets wat Kapteyn geen goed idee vond. Om die reden stichtte hij zijn eigen school, Benno, met daarbij een pension. Dat werd gerund door moeder Kapteyn.

NUMMER TIEN Het echtpaar nam het werk als kostschoolbestuurders zeer serieus. Ze wilden de leerlingen een ruimer lesaanbod voorschotelen dan in die tijd gebruikelijk was. De voertaal op school was volgens de overlevering Frans en vakken als Grieks en Latijn waren standaard onderdelen van het lesprogramma. Hun eigen kinderen – ze kregen er in totaal vijftien, van wie Jacobus nummer tien was – zaten ook op Benno en kregen exact dezelfde behandeling als de leerlingen. Jacobus had daar moeite mee: hij miste in zijn jeugd de warmte van een gezin, zo vertelt Henriette in de biografie over haar vader.

Niet alleen met vader en moeder was het contact afstandelijk, ook de broers en zussen leken meer op klasgenoten dan op gezinsleden, vond Jacobus. Zijn uitzonderlijke jeugdjaren leverden hem wel het nodige op. Henriette schrijft dat Kapteyn later in de Groningse universiteitswereld bekendstond om zijn concentratievermogen. De drukte van de Barneveldse kostschool (,,te midden der vele jongens'') had hem geleerd zich van de buitenwereld af te sluiten wanneer het nodig was.

HUWELIJKSAANZOEK Overigens kan Gerrit Kapteyn nu ook weer niet een heel afstandelijke vader geweest zijn: toen dochter Bertamie na een bezoek aan Engeland een sterrenmap meebracht voor de destijds veertienjarige Jacobus en die vervolgens enthousiast het heelal begon te bestuderen, kocht Gerrit een grote telescoop en liet die ergens op zolder in huize Benno neerzetten. Zo ontstond bij de jonge Barnevelder de belangstelling voor de ruimte. Daardoor verdwenen aardse zaken wellicht wat naar de achtergrond en werden ze - als ze zich toch aandienden — moeilijker te hanteren: een huwelijksaanzoek aan zijn vriendin deed Jacobus schriftelijk en in het Engels, in de hoop ,,niet al te gejaagd'' (waarmee hij misschien 'direct' bedoelde) over te komen.

Wat het hogere verder betreft: de sfeer op kostschool Benno was streng en godsdienstig, schreef professor Pieter van der Kruit, een andere biograaf van Kapteyn, in 2016. ,,Er was een strak regime en er werd hard en serieus gestudeerd. De oude Kapteyn stelde zich tot doel de jongens 'met den goddelijken zegen tot deugdzame en kundige menschen te vormen'. Elke dag begon om zeven uur met lezen uit de Bijbel vóór het ontbijt.'' En was er geen dominee beschikbaar, dan bracht Gerrit zelf de leerlingen de Heidelbergse Catechismus bij. Jacobus kon er niet veel mee. Hij keerde het christelijk geloof al vrij snel na het verlaten van Benno de rug toe. Zijn huwelijk liet hij alleen op het gemeentehuis voltrekken, wat tot een flinke botsing met zijn ouders leidde.

FRANKRIJK Hoe het gekomen is dat later de vader van Egbert Kreiken, de andere Barneveldse sterrenkundige, het internaat ging runnen, weet zijn neef Juus niet. Wel is duidelijk dat Egbert maar heel kort op Benno heeft gezeten. Toen hij zes jaar oud was verhuisde het gezin – vader was inmiddels overleden - eerst naar Den Haag en vervolgens om onbekende redenen naar Frankrijk. ,,Later hebben ze nog weer een tijd in Barneveld gewoond'', weet Juus Kreiken ook. ,,Egbert heeft de middelbare school daar afgemaakt.''

Op de universiteit in Groningen kwamen de mannen weer met elkaar in aanraking. Kreiken ging wis- en natuurkunde studeren en volgde daarna een promotietraject op het gebied van sterrenkunde bij professor Jacobus Kapteyn. ,,Egbert behaalde zijn doctorstitel een paar maanden nadat Kapteyn overleed, in 1922.''

Neef Juus vertelt dat zijn oom gepromoveerd is ,,op vierduizend sterretjes''. Toen een hele prestatie, nu brengen wetenschappers volgens hem miljarden sterren in een keer in kaart. Juist dat inventariseren en interpreteren van sterren is een grote verdienste geweest van professor Kapteyn, zegt de Groningse astronoom Van der Kruit in de biografie over zijn voorganger. Van der Kruit noemt Kapteyn ,,de vader van de Nederlandse sterrenkunde''. ,,Al op 27-jarige leeftijd werd hij hoogleraar in Groningen. In zijn tijd waren er sterrenwachten, mensen namen heel veel waar, maar ze hadden niet de mankracht om zaken uit te werken en interpretaties te doen. Dat was het gat in de markt waar Kapteyn in sprong. Samen met de sterrenwacht in Kaapstad heeft hij een half miljoen sterren op het zuidelijk halfrond in kaart gebracht.''

MAN OP DE MAAN Grote wens van Kapteyn was het realiseren van een sterrenwacht in Groningen, zodat hij voor zijn observatiewerk niet elke keer het hele land hoefde door te reizen. Hij kreeg het tot zijn grote teleurstelling niet voor elkaar. De universiteit had er geen geld voor over en het plan stuitte op weerstand bij de al bestaande sterrenwachten in Utrecht en Leiden. Wel is de faculteit astronomie in Groningen naar Kapteyn vernoemd. De afdeling sterrenkunde heet formeel The Kapteyn Institute.

Beide sterrenkundigen zijn daarnaast geëerd met een 'eigen' maankrater. Er zijn weliswaar honderden van deze inslagen – veroorzaakt door meteorieten – maar voornamelijk aan wetenschappers en onderzoekers van betekenis worden sinds de zeventiende eeuw kraters verbonden. De groottes van de gaten variëren van een paar meter tot en met wel 250 kilometer doorsnee. Het enigszins pokdalige uiterlijk van het hemellichaam dat het gevolg is, is zelfs vanaf de aarde zichtbaar door de kleurverschillen.

In het heelal weten Kreiken en Kapteyn zich omringd door grote namen. Aristoteles heeft een eigen krater - doorsnee 87 kilometer - maar ook Albert Einstein (198 kilometer) én de eerste man op de maan, Neil Armstrong. Die laatste moet het vreemd genoeg doen met een schamele 4 kilometer. Dan komen de geboren Barnevelders er beter vanaf: Kreikens kraker heeft een doorsnee van 23 kilometer, Kapteyns krater telt er zelfs 49.