• Corry van Voorthuizen: ,,Echt, de jeugd is geweldig. Ik voel me bevoorrecht en ben dankbaar dat ik dit zo lang heb mogen doen. Ik voel me daardoor ook geleid door de Grote Leidsman.”

    Pauw Media

'Je bent juf, dat is geen kantoorbaan'

VOORTHUIZEN Meer dan veertig jaar zit de Voorthuizense in het onderwijs. Binnenkort is haar laatste schooldag in De Meerwaarde. Corry van Voorthuizen, een bevlogen lerares.

Cees van Dijk

Praat met Corry van Voorthuizen en direct wordt duidelijk dat ze eigenlijk nog helemaal geen zin heeft om een punt te zetten achter haar werkzame leven. Enthousiast vertelt ze bijvoorbeeld over die keer dat ze eind jaren zeventig tijdens haar stage aan de klas moest laten zien hoe je een baby in bad doet. „Alles heb ik uit de kast gehaald om daar een aantrekkelijke les van te maken”, herinnert ze zich. „Eén van mijn vriendinnen was net bevallen. Ik heb haar gevraagd met de baby naar Barneveld te komen om de leerlingen aanschouwelijk onderwijs te geven.” Dat maakte zoveel indruk, niet alleen op de leerlingen, maar ook op de directie van de school, dat zij na het afronden van haar opleiding direct in De Vallei, de toenmalige huishoudschool in Barneveld, aan de slag kon als lerares kinderverzorging en -opvoeding en handvaardigheid.

Dat ze in het Veluwse dorp terecht kwam was geen vooropgezet plan, vertelt Corry. „Ik ben geboren en getogen in Ingen, een dorpje in de Betuwe. In het nabijgelegen Zetten volgde ik mijn opleiding. Aan het einde daarvan moesten we stage lopen en werd ons gevraagd wie er ´over de Rijn´ wilde hospiteren, zo heette dat. Ik voelde wel wat voor een avontuur. Zo kwam ik hier terecht. Om er vervolgens nooit meer weg te gaan.”

SOLLICITEREN IN ROK EN BLOUSE Het moment, in 1977, waarop ze in de Barneveldse school voor de sollicitatiecommissie moet verschijnen staat haar nog helder voor de geest. „Juffrouw Buyze, de directrice, en het voltallige bestuur zat klaar om mij te ondervragen. Stel je voor, ik was een meisje van net twintig, keurig gekleed in een rok en blouse. Natuurlijk was ik ontzettend nerveus. En ik werd steeds aangesproken met mevrouw. Maar ik kreeg de baan en daar ging het om.”

Nog maar net heeft de kersverse docente een beetje haar draai gevonden op de meisjesschool of het moment van de eerste grote verandering dient zich aan. „Naast ons stond de landbouwschool. Daar zaten alleen maar jongens op. Dat de twee scholen in 1980 fuseerden, zorgde voor een kleine revolutie. Stel je voor, door een gat in de heg konden we ineens bij elkaar komen, terwijl dat daarvoor volstrekt ondenkbaar was. Ook waren sommige lessen gemengd, jongens en meisjes zaten in hetzelfde lokaal en werden soms verliefd op elkaar.”

KLOMPEN EN EEN DODE BIG Voor Corry, als boerendochter, is de agrarische wereld niet onbekend. Dat komt haar goed van pas tijdens haar lessen. „Ze probeerden mij uit, want ik moest waarmaken dat ik iets van het boerenbedrijf wist. Weet u het verschil tussen een pink, een vaars, een schot en een koe, vroegen die jongens een keer. Daarmee dachten ze me klem te zetten, maar ik kon het haarfijn uitleggen. Daarmee had ik een zekere positie verworven.”

Helemaal overtuigd zijn de jongens blijkbaar niet als ze haar later uitdagen om te laten zien dat ze op klompen kan lopen. Ook dat is voor Corry geen probleem en gaandeweg wordt zij geaccepteerd. Helemaal spannend wordt het als ze op de laatste schooldag van het jaar wordt geconfronteerd met een lugubere grap, waarmee de jongelui haar te grazen willen nemen. „In die tijd reed ik in een Lelijke Eend. Hadden die jongens de hele kofferbak met zaagsel gevuld en daar een dode big in gelegd. Dachten ze natuurlijk dat ik me dood zou schrikken. Nou, geen sprake van. Ik pakte die big en gooide hem in de groep die stond te kijken hoe ik zou reageren.”

„Als beginnende lerares moest ik vooral streng zijn, vonden mijn collega’s. Dat was ik ook wel, maar op mijn manier, want ik heb me altijd gerealiseerd dat alles wat niet mag voor die kinderen spannend is. Dat hoort nu eenmaal bij de weg naar volwassenheid. Ontdek het kind, vond ik. Tijdens het bijbellezen moesten ze wel stil zijn. Daar stond ik op.” Gaf ze nooit straf? „Zeker wel, ik kan me nog herinneren dat ik op maandagochtend tijdens handvaardigheid vier lesuren lang tien leerlingen moest bezighouden. Een meisje dat straf had, gaf ik gewoon een opdracht. Vond zij dat zo leuk dat zij steeds terug wilde komen.”

VECHTEN EN HUISBEZOEK Dat ze met juffrouw Van Voorthuizen geen flauwekul uit moeten halen, beseffen de leerlingen maar al te goed. „Als een leerling zei dat hij de volgende keer niet zo vroeg naar school zou komen, waarschuwde ik hem dat ik ’m uit bed zou halen als hij niet op tijd was. Dat heb ik ook gedaan.” Zelfs een vechtpartij gaat de juffrouw niet uit de weg. „Als boerendochter was ik behoorlijk gespierd. Die meiden vonden dat ik dat dan maar een keer moest laten zien. Natuurlijk won ik. Ik kon niet meer stuk, dat begrijp je. Dat was echt een topklas, waar ik mee kon lezen en schrijven.”

Naast de voorvallen waar ze met een glimlach op terugkijkt, heeft Corry ook tal van nare gebeurtenissen meegemaakt. Die horen er volgens haar nu eenmaal bij, want als school sta je midden in de gemeenschap. Die voorvallen hebben wel een onuitwisbare indruk achtergelaten. Zoals die keer dat ze een meisje van de spoorlijn moest halen, omdat het kind op het punt stond zelfmoord te plegen vanwege haar huiselijke omstandigheden. Of de problemen rond meisjes die ongewenst zwanger raakten. Ook stond er op een ochtend een meisje bij Corry aan de deur dat van huis was weggelopen. Twee keer in een paar jaar tijd verongelukte een van haar leerlingen. „De laatste keer gebeurde dat in het weekend. Ze konden mij pas op maandagochtend op de hoogte brengen. Zo’n drama vergeet je nooit meer.”

Wat haar ook nog helder voor de geest staat is de eerste keer dat ze op huisbezoek ging. „Waarschijnlijk was ik net zo zenuwachtig als de moeder die mij ontving. Ik was minstens tien minuten te vroeg. Zij stond haar haar nog te borstelen, maar ik werd in de nette kamer ontvangen, waar ik een plakje cake en koffie met opgeklopte melk kreeg. Waarschijnlijk wist die mevrouw dat ik dat als boerendochter heerlijk vond.”

COMPUTERS EN EEN APP Ook het moment waarop in 1989 de computer zijn intrede doet in het onderwijs kan zij zich nog goed herinneren. „Aanvankelijk wilde ik er niets van weten, maar al snel zag ik er de voordelen van. Mijn oudere collega’s vonden het maar niks. Ze boden me zelfs geld aan als ik de cijfers in het digitale systeem zou invoeren.” Gaandeweg groeit de digitalisering, ook in de school, en voor de juf valt er niet aan te ontkomen. „In die tijd gingen de jongens soms in de pauze met elkaar op de vuist, nu zitten ze allemaal te appen. Ik zit zelfs met de leerlingen in een groepsapp”, zegt Corry lachend.

De tijden zijn veranderd, dat realiseert Corry zich terdege. „Zo’n vechtpartij als met dat meisje zou nu nooit meer kunnen. Maar ik heb moeite met het hedendaagse imago dat rond het onderwijs hangt. Destijds was het gebruikelijk dat je zoveel tijd aan je werk besteedde. Dat heb ik nooit als een bezwaar gezien, het was gewoon een deel van je leven. Tegenwoordig moet je wel alles bijhouden, noteren wat je doet, hoeveel tijd je eraan besteedt, wat de vorderingen van de leerling zijn. Noem maar op. Dat is naar mijn gevoel doorgeschoten, maar het blijft nog steeds een heerlijk vak.”

KROON OP HET WERK Naast haar uren voor de klas heeft Corry altijd nevenwerkzaamheden verricht. Zo was ze jarenlang schooldecaan. „Prachtig vond ik dat: kinderen begeleiden naar hun volgende opleiding of naar een baan. Ooit had ik een meisje dat naar het hout- en meubileringscollege in Amsterdam wilde. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar nu is ze binnenhuisarchitect. Dat is toch geweldig. Mijn grootste voldoening? Als ik oud-leerlingen zie die nu zelf voor de klas staan. Echt, dat beschouw ik als de kroon op mijn werk.”

„De afgelopen tien jaar werkte ik in het OSB, het Onderwijs Service Bureau. Ik zat in de toetsings- en plaatsingscommissie en was de contactpersoon voor de vele basisscholen in de regio. Daar bewaar ik de beste herinneringen aan, vooral vanwege de prettige contacten met collega’s en ouders. Heerlijk om toekomstig leerlingen op de juiste plek te krijgen.”

Hoewel ze het schoolwerk gaat missen, zal Corry zich, net als nu, niet vervelen. „Zodra ik thuiskom trek ik de klompen aan. Ik heb een huis op 1.500 vierkante meter grond, daar is altijd werk aan. Straks heb ik eindelijk tijd te gaan spinnen en wol te verven. En ik sport veel. Vooral fietsen vind ik heerlijk, lekker de natuur in. Daar kan ik eindeloos van genieten. Ook aan mijn groentetuin heb ik mijn handen vol. Vergeet de 65 kippen niet die ik moet verzorgen. Ik blijf echt wel bezig.” Als ze 1 augustus voor de laatste keer de deur van De Meerwaarde achter zich dichtdoet, gaat ze voorlopig geen nieuwe verplichting aan, verzekert Corry. „Maar chauffeur worden van de buurtbus. Dat lijkt me wel wat. Elke keer contact met mensen, heerlijk.”

Van negatieve berichten over het onderwijs of de jeugd wil Corry niets weten. „Vooral de laatste jaren zijn de veranderingen snel gegaan. Bij mijn aantreden, meer dan veertig jaar geleden, had ik vijfentwintig collega’s. Nu zijn dat er bijna driehonderd. Er waren jaren bij dat ik wel aan tweehonderd leerlingen les gaf. Sinds een jaar of zeven heb ik dat aantal wel langzaam afgebouwd. Een van mijn vroegere leerlingen werkt nu als onderwijsassistent en ze is inmiddels oma. Nu is het tijd om op te stappen, dacht ik toen ik dat hoorde.”

„Leerlingen worden tegenwoordig op een veel breder gebied geschoold en er wordt, meer dan ooit tevoren, een beroep gedaan op de zelfstandigheid van de jongens en meisjes. Daar heb ik geen moeite mee, want ze moeten worden klaargestoomd voor de volgende fasen in hun leven”, vervolgt ze. „Zeker, de jongeren zijn opener, directer geworden. Bovendien ligt er een forse druk op de kinderen, ze moeten zoveel. Lesgeven is een spel, maar wel een spel dat eerlijk moet worden gespeeld. Als je dat doet krijg je er zoveel voor terug. Echt, de jeugd is geweldig. Ik voel me bevoorrecht en ben dankbaar dat ik dit zo lang heb mogen doen. Ik voel me daardoor ook geleid door de Grote Leidsman.”

Corry van Voorthuizen neemt dinsdag 19 juni van 16.00 tot 18.00 uur afscheid in De Meerwaarde, ´haar´ school. Iedereen is welkom. Zij hoopt dat er vooral veel oud-leerlingen en oud-collega’s komen, maar cadeaus wil ze niet. „Laat iedereen een bloem uit de berm meenemen, dan maak ik er een mooi veldboeket van.”