• Sander Koning

Spoedritten ambulances vaker te laat

BARNEVELD Ambulances waren vorig jaar bij spoedritten in de gemeente Barneveld vaker te laat op de plek des onheils dan een jaar eerder. Van de 1459 ritten die er vorig jaar waren, waren er 1315 binnen het kwartier ter plaatse. Dat komt neer op een percentage van 90,1 procent, terwijl in 2017 nog 92,7 procent van de ritten op tijd was.

Jannes Bijlsma

Dit blijkt uit nieuwe cijfers die de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden woensdag naar buiten bracht. De VGGM bedient vijftien gemeenten en gemiddeld moet daarvan 95 procent van de ritten binnen vijftien minuten ter plekke zijn. In de gemeente Barneveld blijft dat percentage dus duidelijk achter. Alleen over het dorp Barneveld wordt dat percentage gehaald. Daar was 95,3 procent van de ambulances op tijd, vorig jaar was dit nog 96,8 procent. In het eerste kwartaal van 2018 waren de meeste ritten op tijd (97,6 procent), in het laatste kwartaal de minste (92,3 procent).

In het buitengebied ligt het aandeel ritten dat in een spoedsituatie op tijd is aanmerkelijk lager. In Voorthuizen werden vorig jaar 359 ambulanceritten genoteerd, waarvan er 311 binnen een kwartier aanwezig waren. Dit staat gelijk aan 86,6 procent. Een jaar eerder lag percentage nog op 91,2 procent, waarmee de norm ook al niet gehaald werd. In de andere Barneveldse kernen vonden aanmerkelijk minder ritten plaats, maar die waren ook vaker dan in 2017 ter plekke na meer dan vijftien minuten. Alleen in Kootwijkerbroek (84,5 procent) werden in 2018 betere cijfers overlegd dan in 2017 (84,1 procent). In Terschuur bleef het opkomstpercentage gelijk (88,5 procent). Hetzelfde gold voor Kootwijk, waar verreweg (relatief) het minste aantal ritten op tijd was (57,1 procent). In alle andere dorpen ging het percentage naar beneden.

Lokaal Belang-fractievoorzitter Mijntje Pluimers zegt te zijn geschrokken van de cijfers. Ze wil dat het college van b. en w. er 'opnieuw en indringend' over in gesprek gaat met de VGGM, zo meldt ze in schriftelijke vragen aan het college.  

TOTAAL
2017: 1445 ritten, 1340 op tijd (92,7 procent)
2018: 1459 ritten, 1315 op tijd (90,1 procent)

ACHTERVELD
2017: 1 rit, 1 op tijd (100%)
2018: 2 ritten, 2 op tijd (100%)

BARNEVELD
2017: 790 ritten, 765 op tijd (96,8%)
2018: 752 ritten, 717 op tijd (95,3%)

DE GLIND
2017: 15 ritten, 15 op tijd (100%)
2018: 11 ritten, 10 op tijd (90,3%)

GARDEREN
2017: 52 ritten, 40 op tijd (76,9%)
2018: 76 ritten, 58 op tijd (76,3%)

KOOTWIJK
2017: 21 ritten, 12 op tijd (57,1 procent)
2018: 21 ritten, 12 op tijd (57,1 procent)

KOOTWIJKERBROEK
2017: 107 ritten, 90 op tijd (84,1 procent)
2018: 110 ritten, 93 op tijd (84,5 procent)

STROE
2017: 61 ritten, 55 op tijd (90,2 procent)
2018: 46 ritten, 38 op tijd (82,6 procent)

TERSCHUUR
2017: 61 ritten, 54 op tijd (88,5 procent)
2018: 52 ritten, 46 op tijd (88,5 procent)

VOORTHUIZEN
2017: 319 ritten, 291 op tijd (91,2 procent)
2018: 359 ritten, 311 op tijd (86,6 procent)

ZWARTEBROEK
2017: 18 ritten, 17 op tijd (94,4 procent)
2018: 31 ritten, 29 op tijd (93,5 procent)