• Het Warmtebedrijf Ede won vorig jaar een brancheprijs van het 'duurzaamste warmtenet'.

    Warmtenet Ede

'Warmtenet is snel mogelijk in Barneveld'

BARNEVELD Het college van b. en w. ziet kansen voor een open warmtenet in Barneveld, maar houdt voorlopig ook de optie van volledig elektrisch verwarmen open als alternatief voor aardgas. Er zijn bij het Barneveldse college van b. en w. nog te veel vraagtekens om al vol in te zetten op een warmtenet, zoals dat in Ede de afgelopen jaren is uitgerold.

Jannes Bijlsma

CDA en Lokaal Belang staken gisteravond tijdens de commissievergadering hun enthousiasme voor een hoogtemperatuur warmtenet niet onder stoelen of banken. Volgens Lokaal Belang-raadslid Gonda Lenters is die oplossing toekomstbestendig, duurzaam en betaalbaar, in tegenstelling tot de ‘all-electric’-variant. Het net in Ede is volgens haar een prachtig voorbeeld van hoe het kan. ,,Hier worden 18.500 woningen in Ede mee verwarmd. Er wordt alleen snoeiafval in verbrand. Ede ziet dat verder als basis om later op geothermie (aardwarmte, red.) over te stappen. Dat vinden wij een heel goed idee.”

KAARTEN Het liefst zou Lenters zien dat er al volgend jaar wordt gestart met de aanleg, te beginnen in de nieuwbouwwijk Bloemendal. Voor de eerste fase in die wijk, zo’n 400 woningen, heeft het college vorige maand besloten dat de warmtevoorziening daar volledig elektrisch wordt uitgevoerd. Er wordt dan ook geen gasleiding aangelegd; dat mag sinds vorig jaar niet meer. ,,In Ede is men ook ooit gestart in een nieuwbouwwijk, juist om praktische redenen”, bracht Lenters in herinnering. ,,Laten wij dat nu ook doen. Dan heb je ook meteen een hoop adressen te pakken. Wij hebben ook veel snoeiafval in onze bossen.” Bovendien meldde Lenters dat het energiebedrijf in Ede al in 2016 een plan heeft gemaakt om in Barneveld een warmtenet aan te leggen. ,,Ik heb de kaarten al gezien.”

Ook CDA-raadslid Arjan Westerneng ziet grote mogelijkheden voor een open warmtenet in Barneveld. ,,Het schijnt echt snel te kunnen”, zei hij richting raadsleden van Pro’98 en SGP die twijfelden aan de haalbaarheid van een warmtenet in Bloemendal in 2020. ,,Je kunt het gefaseerd opbouwen. In Ede hebben ze het ook vrij snel opgestart. Je hebt alleen een locatie voor een centrale nodig. Een warmtenet heeft echt heel veel voordelen.”

EVIDENT Die ziet wethouder Didi Dorrestijn ook, zo gaf ze aan. ,,De voordelen zijn evident." Het college zet nog wel vraagtekens bij de energiebronnen die er voor zo’n warmtenet gebruikt moeten gaan worden. ,,In Ede wordt dan snoeihout gebruikt, maar voor de toekomst is het lastig te zeggen of daar voldoende van is. Je moet wel een continue warmtestroom houden.” Ze ziet wel dat zo’n warmtenet op termijn ook met andere duurzame materialen kunnen worden gestookt.

Het uitrollen van een warmtenet is zeer winstgevend voor marktpartijen, meldde Dorrestijn. Ze is echter blij dat de gemeente zich een aantal jaren geleden niet liet verleiden om met de eerste de beste partij in zee te gaan. ,,Wij willen liever kijken of er lokale initiatieven zijn waar we bij kunnen aanhaken.” Het college ziet bijvoorbeeld mogelijkheden voor bedrijven op Harselaar, die restwarmte zouden kunnen inzetten voor de verwarming van huishoudens. Op die manier kwam ook het warmtenet in Ede jaren geleden tot stand.

Nu eerst kiezen voor ‘all-electric’ in Bloemendal vindt zij een goed idee. In haar ogen is die techniek nu snel uit te voeren en betaalbaar. Volgens Dorrestijn kan er op een later moment altijd nog voor een warmtenet worden gekozen. ,,Het kan inderdaad gefaseerd in Bloemendal. We blijven dus ook verder kijken naar de mogelijkheden.” Er zijn volgens het college nu nog te veel onzekerheden. ,,Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of iedere bewoner wel een aansluiting op dat warmtenet wil."

Volgens Dorrestijn is het belangrijk om behalve voor Barneveld en Voorthuizen oog te houden voor de andere dorpen, voor wat betreft de warmtevoorziening. ,,In Kootwijkerbroek wordt een warmtenet al ingewikkeld, vanwege de lengte van de leiding. Ons buitengebied is groot. We moeten dus ook kijken naar tussenvormen voor de warmtevoorziening.”