• Archief BDUmedia

Appen tijdens fietsen ook nu al grondslag voor aansprakelijkheid en eigen schuld

BARNEVELD Het kabinet werkt aan een wettelijk verbod op het vasthouden van mobieltjes en muziekspelers op de fiets. Dat verbod zou al op 1 juli 2019 moeten ingaan. Het betreft vooralsnog voorgenomen beleid waarover zowel de Tweede als Eerste Kamer nog moeten stemmen. Het wetsvoorstel is op 1 februari 2019 naar de Tweede Kamer gegaan. Gelet op het toenemend aantal verkeersongevallen die worden veroorzaakt door verkeersdeelnemers die onderweg gebruik maken van hun mobieltje kan dit voorgenomen beleid alleen maar worden toegejuicht. Hoewel het op dit moment nog niet verboden is om op de fiets een mobieltje vast te houden en hiermee te bellen, appen, sms'en of naar muziek te zoeken en luisteren, geldt ook nu reeds voor fietsers een wettelijk verbod dat zij geen gevaar of hinder voor andere weggebruikers mogen veroorzaken met een verkeersongeval met (zwaar) letsel of de dood tot gevolg. Dit vloeit voort uit artikel 5 en 6 van de Wegenverkeerswet (WVW).

Indien een fietser deze verbodsbepalingen schendt dan kan dit een boete of veroordeling opleveren. Hoewel het vasthouden van een mobieltje tijdens het fietsen nu nog niet bij wet verboden is, kan dit uiteraard ook nu al een gevaarlijke situatie of hinder veroorzaken en daarmee een schending van artikel 5 of 6 van de WVW. Civielrechtelijk kan dit worden aangemerkt als een onrechtmatige daad op grond waarvan de bijvoorbeeld appende of bellende fietser aansprakelijk kan worden gehouden voor de (letsel)schade of het overlijden van een andere fietser of voetganger. Indien de aansprakelijke fietser een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) heeft afgesloten zal de (letsel)schade van de andere fietser of voetganger meestal worden gedekt door de AVP-verzekering. Afhankelijk van de verkeerssituatie zal het slachtoffer van het ongeval echter wel moeten bewijzen dat het ongeval is veroorzaakt doordat de andere fietser gebruik maakte van zijn telefoon en dat dit heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Getuigenverklaringen, camerabeelden en/of gebruikersdata van de mobiele telefoon zullen dan de doorslag kunnen geven. Maar wat geldt nu als een appende fietser betrokken raakt bij een ongeval met een auto of een ander motorvoertuig?

Op grond van artikel 185 WVW worden zwakkere verkeersdeelnemers (voetgangers en fietsers) extra beschermd tegen de gevaren van het gemotoriseerd verkeer, waardoor zij in beginsel tenminste 50% van hun (letsel)schade vergoed krijgen en kinderen jonger dan 14 jaar zelfs 100%. Voetgangers en fietsers zijn immers veel kwetsbaarder, lopen sneller (ernstig) letsel op en het enkele gebruik van een motorvoertuig levert al veel gevaar op voor andere verkeersdeelnemers (het zgn. 'Betriebsgefahr'). Bovendien zijn alle motorvoertuigen juist vanwege hun gevaarzettende eigenschappen op grond van de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM) verplicht verzekerd, zodat de schade kan worden afgewenteld op de (WAM-)verzekeraar. Uit voornoemde extra wettelijke bescherming vloeit voort dat ook een appende fietser na een ongeval niet hoeft te bewijzen dat de bestuurder van het motorvoertuig aansprakelijk is.

De wet bepaalt namelijk dat de bestuurder van het motorvoertuig aansprakelijk is, tenzij deze overmacht kan bewijzen. Van overmacht is echter pas sprake als de bestuurder van het motorvoertuig bewijst dat hem geen enkel verwijt kan worden gemaakt en de eventuele fout van de fietser zó onwaarschijnlijk was dat hij daarmee geen rekening hoefde te houden. Daarbij geldt dat bestuurders van motorvoertuigen er ook rekening mee moeten houden dat fietsers (en ook voetgangers) niet altijd de nodige oplettendheid betrachten. De praktijk leert dat een beroep op overmacht zelden slaagt. Hoewel de voor het ongeval aansprakelijke bestuurder van het motorvoertuig ook nu al een beroep op eigen schuld van de appende fietser kan doen, op grond waarvan de appende fietser ook bij vaststaande aansprakelijkheid een deel van zijn (letsel)schade zelf moet dragen, rust de bewijslast voor dit zgn. 'eigen schuld' verweer op de bestuurder van het motorvoertuig. Deze zal moeten aantonen dat de fietser gebruik maakte van zijn mobiele telefoon én dat dit gebruik heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval.

Ook in dit geval zullen getuigenverklaringen, camerabeelden en/of gebruikersdata van de mobiele telefoon de doorslag moeten geven. Het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het fietsen kan dus ook nu al een grondslag vormen voor aansprakelijkheid voor de (letsel)schade van andere voetgangers of fietsers, of een 'eigen schuld' verweer op grond waarvan de appende fietser een deel van zijn (letsel)schade zelf zal moeten dragen. De mate waarin de bewijslast kan worden vervuld zal de doorslag geven, ook na eventuele inwerkingtreding van het voorgestelde wettelijk verbod. Of een wettelijk verbod met een boetebepaling zal gaan bijdragen aan het voorkomen van verkeersongevallen met (ernstig) letsel zal uiteindelijk vooral afhangen van de mate waarin zo'n verbod ook daadwerkelijk wordt gehandhaafd.

Aangeboden door:
mr. F.A. (Frans) Janse
Letselschade & Arbeidsrecht Advocaat
Janse Advocaten, Barneveld