• Ted Walker
  • Ted Walker
  • Ted Walker
  • Ted Walker
  • Ted Walker

'In de horeca lagen voor ons de beste kansen'

WEKEROM Een gangbare, traditionele kalverhouderij had Bart Boon tientallen jaren. Totdat het begon te knagen. Sinds 2006 pioniert Boon met Eco Fields, waarmee hij de biologische kalverhouderij van de grond tilde. ,,Er is een heel nieuwe wereld voor mij opengegaan."

Edward Doelman

De ontvangst op de Matendijk in Wekerom is hartelijk. Bart Boon vangt het bezoek op z'n erf zelf op. ,,Wil je koffie of zullen we eerst een rondje maken over het bedrijf?"

De keuze valt op een korte rondleiding langs de zeshonderd nieuwsgierige stierkalveren in de stallen. De kalveren zijn afkomstig van biologische melkveebedrijven uit het hele land. Zij lopen niet in 'klinische hokken' zonder stro, maar in lange en diepe stallen met een dik strobed. ,,Uiteraard mogen de dieren ook naar buiten, maar daar is het nog net te vroeg voor", voegt Boon eraan toe.

 

ZELF VEREDELEN Aandoenlijk of niet; de kalveren zullen niet oud worden. Na ongeveer een jaar gaan de dieren naar de slachter in Veenendaal, waarna het vlees wordt teruggebracht naar het bedrijf van Boon. Bij Eco Fields worden de geslachte dieren zelf in stukken gesneden en uitgebeend. Op deze ochtend wordt er door zo'n vijf mensen veredeld in de eigen gebouwde grossierderij. Wekelijks worden zo'n dertig afgemeste en geslachte kalveren uitgebeend. ,,Vergis je niet, hoor. Dit is zwaar werk", wijst Boon naar zijn medewerkers, die het onbekende gezicht in de koude cel vriendelijk begroeten.

Het kalfsvlees van Eco Fields gaat voornamelijk naar slagers en restaurants in de wijde omtrek, zo vertelt Boon even later met een kop koffie voor zich. Het vlees is rosé, een voornaam detail. Blank kalfsvlees duidt op bloedarmoede bij de dieren, een teken van tekort aan ijzer.

Boon is er bekend mee. Voordat hij samen met zijn vrouw Marina in 2006 de stap waagde en met Eco Fields begon, was hij ook een boer die op gangbare wijze blank kalfsvlees leverde. De in Barneveld woonachtige Wekerommer kiest zijn woorden ook zorgvuldig. Direct afkraken wil hij de gangbare landbouw zeker niet. Liever trekt hij het breder. Zelf is Boon christen. De zorg voor de aarde gaat hem aan het hart. ,,Goed omgaan met mens, dier en milieu. Met een mooi woord wordt dat 'rentmeesterschap'  genoemd. Dat maatschappelijk gezien dit thema continu aangekaart wordt door linkse politieke partijen en activistische bewegingen, is voor christenen eigenlijk een schande", zegt Boon.

 

RUWVOER Zelf kwam hij rond de eeuwwisseling tot de conclusie dat het roer in zijn bedrijf om moest. De traditionele manier van kalveren houden ging hem tegenstaan. Opnieuw kiest Boon ervoor zich niet in ferme taal uit te drukken. ,,Laat ik zeggen dat ik de gangbare wijze niet meer de meest ideale manier vond", zegt Boon, die wijst op aspecten als dierenwelzijn en voer. ,,Kalveren zijn ook herkauwers en moeten dus ook zo snel mogelijk ruwvoer te eten krijgen."

Het biologische voer dat de kalveren van Boon, die behalve het bedrijf op de Matendijk ook een boerderij heeft aan de Barnseweg in Barneveld, eten is voornamelijk afkomstig uit eigen streek: de Veluwe. Hiervoor werkt Eco Fields samen met natuurorganisaties als het Gelders Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Park De Hoge Veluwe. Gewassen en grassen die op hun terreinen groeien, worden geoogst en afgeleverd bij Boon. ,,Ons eigen land bewerken we ook niet met chemische onkruidbestrijding of kunstmest. Op die manier houden we het natuurlijke bodemleven in stand en putten we gronden niet uit."

 

VIRUS Het nieuwe businessmodel kreeg in 2005 vorm. Het bedrijf werd volledig geherstructureerd, platgegooid en opnieuw opgebouwd. ,,Een fikse stap om na dertig jaar alles om te gooien." Boon was als kleine jongen al gek op dieren. ,,Kippen, konijnen, lammetjes, geiten; als kind had ik al een hele dierentuin. Later begon ik met vijf boxen, kisten werden ze toen genoemd, met kalveren. Zo kreeg ik het virus te pakken. Het werken met deze dieren is later uitgegroeid tot een passie."

Juist die passie stond centraal in de eerste jaren na de herstructurering. De beginjaren van Eco Fields als eerste biologische kalverhouderij in Nederland waren namelijk niet eenvoudig, zo blijkt uit het relaas van Boon. ,,Dat we grossier zijn geworden en de dieren nu zelf uitbenen, dat hadden we niet direct voorzien."

Volgens hem heeft het ongeveer een jaar of tien geduurd voordat Eco Fields volledig op poten stond. ,,Je eigen afzet regelen als kleine speler is een hele zoektocht geweest. Je moet  zelf  allemaal klanten vinden die bij je passen." Mede daarom is Boon ook betrokken bij coöperatie Boerenhart, het samenwerkingsverband van boeren die hun streekproducten gezamenlijk afzetten aan horeca, retail en groothandels. Boon vervult hierin een bestuursfunctie. ,,Boerenhart heeft ons echt vooruit geholpen."

 

UIT ETEN Het kalfsvlees van Eco Fields gaat voornamelijk naar restaurants en hotels in de regio. ,,Maar voordat je zo ver komt, gaat er best wat tijd overheen. Een chef-kok overtuigen is niet eens zo moeilijk. Rosé kalfsvlees is voller van smaak en lekkerder dan blank kalfsvlees. Maar die chef-kok moet dan ook zijn baas overtuigen. Of er zijn al contracten met andere leveranciers. Pas wanneer die zijn afgelopen, kunnen ze met ons in zee. Het zijn dus wel trajecten van de lange adem geweest." Bewust zette Boon wel in op horeca. ,,Kalfsvlees is speciaal, het is niet zo doorsnee als een hamburger. Wanneer je uit eten gaat, wil je dit eten. In de horeca lagen dus voor ons de beste kansen."

Na al die jaren heeft Eco Fields zich bewezen. Daarnaast brengt de familie Boon, waar ook zoon Marco in meewerkt, ook vlees van lammeren van de Veluwse Schaapskudden op de markt. Dit is echter een seizoensgebonden activiteit. ,,Er is in de loop van de jaren een heel nieuwe wereld voor mij opengegaan", geeft de ondernemer aan, terwijl hij zijn laatste slok koffie opslurpt. Het gesprek vond plaats in de vergaderruimte, waar Boon regelmatig groepen ontvangt en meeneemt voor een rondleiding over zijn bedrijf. Dat is belangrijk, zo benadrukt. ,,We weten steeds minder over de herkomst van ons voedsel. De kloof tussen boer en bord moet worden verkleind."