• Mr. R.M. Bissumbhar.

    ...

Oplichting via de WhatsApp

Hee mam, dit is mijn nieuwe nummer.
Is je oude nummer niet in gebruik?
Nee, mijn telefoon is kapot en daarom heb ik een ander nummer.
Is goed schat.
Mam, ik heb je hulp nodig.
Bel maar even.
Mijn simkaart is nog niet geactiveerd en ik kan nog niet bellen.
Mijn internetbankieren heeft een storing waardoor ik mijn rekeningen niet kan betalen, zou ik het via jouw bankieren mogen doen?
Het collegegeld en de huur moeten vandaag worden betaald.

Dit chatgesprek is een voorbeeld van de wijze waarop oplichters te werk gaan. Slachtoffers worden door oplichters benaderd, die zich voordoen als een zoon of dochter. De telefoon is kapot en daarom hebben ze een ander nummer. De slachtoffers denken dat ze echt chatten met hun kinderen, omdat er zelfs een profielfoto bijstaat. Deze foto wordt door de dader van social media afgehaald. De oplichters spelen in op de emotie van de ouder. Je kind heeft erg hard geld nodig. Ze vertellen het slachtoffer dat ze een nieuwe bankrekening hebben geopend of geven een rekeningnummer van een vriend door en vragen hen geld over te maken. De slachtoffers komen er pas achter dat ze zijn opgelicht, nadat ze met hun eigen kinderen hebben gesproken. Maak daarom nooit geld over voordat u uw zoon of dochter heeft gesproken.

Bij een telefoontje aan uw zoon of dochter valt de dader immers direct door de mand. Als iemand niet opneemt, weet u genoeg.

Een andere tip is om persoonlijke vragen te stellen waar een onbekende geen antwoord op kan geven. Wettelijk kader Oplichting is strafbaar gesteld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Oplichting is het misleiden van iemand tot het bewegen van afgifte van enig goed met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen.

Het misleiden kan gebeuren doordat iemand gebruik maakt van een valse naam of valse hoedanigheid (voordoen als zoon of dochter), door listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels (opeenstapeling van leugens). De vervolging van deze zaken kan tot bewijsproblematiek leiden. Het betreffende telefoonnummer kan een prepaid nummer zijn die niet gelinkt is aan een bepaalde persoon. Is er wel sprake van een telefoonabonnement, dan is de vraag of degene op wiens naam het abonnement is gesteld ook daadwerkelijk degene is die de betreffende berichten heeft verzonden en iemand heeft bewogen tot afgifte van gelden. In dit soort zaken wordt vaak gebruik gemaakt van katvangers. Dit zijn zwakkere in de samenleving die niet beseffen welk risico ze nemen. Dit kunnen verslaafden, daklozen of mensen met schulden zijn. Even je telefoon uitlenen, zodat de ander een paar WhatsApp berichten kan sturen, lijkt onschuldig. Daarna de bankpas uitlenen om het geld te pinnen die de lotgenoot van zijn moeder krijgt, lijkt ook onschuldig.

Mensen met schulden begrijpen als geen ander dat bankrekeningen door bewindvoerders beheerd worden. Als de moeder van een lotgenoot met schulden dan wat geld wilt overmaken, waarom zou je dan niet helpen? Een onttrekking direct na de storting duidt vaak op de inzet van katvangers. De Rechtbank kampt in dat geval met de vraag hoe bewezen moet worden wie de katvanger aan het werk heeft gezet. Vanwege het ontbreken van de overtuiging dat de katvanger de berichten heeft verzonden en de directe onttrekking na de storing wordt de katvanger niet altijd veroordeeld. De oplichter blijft echter meer dan eens buiten schot.

Aangeboden door mr. R.M. Bissumbhar, als advocaat verbonden aan Advocatenkantoor Bissumbhar in Barneveld