• Janse

PIV-regeling dupeert slachtoffers letselschade

BARNEVELD De Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP), waar ondergetekende als letselschadeadvocaat onder meer lid van is, heeft recent een klacht ingediend bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) over de door het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) gehanteerde zogenaamde PIV-regeling, omdat deze PIV-regeling volgens de ASP een verboden prijsafspraak is die de belangen van slachtoffers van personenschade schaadt.

De PIV-regeling is door verzekeraars in het leven geroepen om de omvang van de schadelast van letselschadezaken te beperken. Op grond van de wet moet een verzekeraar die aansprakelijk is of dekking moet bieden voor een door haar verzekerde veroorzaakte schade naast de eigen materiële schade (kosten/inkomstenderving) en immateriële schade (smartengeld) van het slachtoffer ook de redelijke buitengerechtelijke kosten (BGK) vergoeden, die het slachtoffer heeft moeten maken in verband met de vaststelling van de aansprakelijkheid, schade en de vergoeding hiervan.

Het gaat hier dus om de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand vanwege de door het slachtoffer ingeschakelde belangenbehartiger. De PIV-regeling hanteert een vaste staffel die uitgaat van een vaste relatie tussen de hoogte van een uit te keren schadevergoeding en de kosten van rechtsbijstand. Daarbij wordt er in de staffel een dalende opbrengst gehanteerd: hoe hoger de schade, hoe lager de opbrengst. Dit leidt voor veel slachtoffers tot een onrechtvaardige uitkomst. Waarom? Omdat dit bij de deelnemers aan de PIV-regeling (voornamelijk letselschadebureaus, niet zijnde letselschade advocaten) strategisch economisch handelen uitlokt dat niet is gericht op het belang van het slachtoffer (realiseren van de vergoeding waar het slachtoffer recht op heeft), maar het verkrijgen van een zo hoog mogelijke vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand binnen zo kort mogelijke tijd tegen zo min mogelijk inspanning. Verzekeraars hebben hier in dat geval voordeel bij doordat hun schadelast wordt beperkt. Het belang van het slachtoffer bij een rechtvaardige vergoeding is in de PIV-regeling dus ondergeschikt gemaakt aan dat van de verzekeraar en de letselschadebureaus die voor de vaststelling van de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand hebben ingestemd met de toepassing van de PIV-regeling. Ook slachtoffers die worden bijgestaan door letselschade advocaten die zich nu juist in het belang van hun cliënten niet hebben geconformeerd aan de PIV-regeling, dreigen nu door de PIV-regeling te worden benadeeld, doordat verzekeraars ook in die zaken voor de vaststelling van de redelijkheid van de kosten van rechtsbijstand steeds vaker aanhaken bij de bedragen zoals vermeld in de PIV-regeling.

Zoals in veel rechterlijke uitspraken reeds is bepaald, handelen verzekeraars hierdoor in strijd met de wet, nu de wet bepaalt dat de kosten die redelijk zijn vergoed moeten worden en dat is wezenlijk iets anders dan slechts de kosten die verzekeraars in de door henzelf bedachte PIV-regeling hebben bepaald. In de PIV-regeling wordt voor de vaststelling van de redelijkheid van de hoogte van de kosten van rechtsbijstand namelijk alleen gekeken naar de verhouding tussen de omvang van de schade en de hoogte van deze kosten. Overige van belang zijnde factoren worden volledig buiten beschouwing gelaten. De door verzekeraars opgestelde PIV-regeling betreft feitelijk een vaste prijsafspraak tussen verzekeraars en de letselschadebureaus. Naast het feit dat deze regeling de belangen van slachtoffers van personenschade schaadt en de onafhankelijkheid (of beter gezegd: strikte partijdigheid) van de bij deze regeling aangesloten letselschadebureaus aantast, verstoort dit ook de marktwerking. De door verzekeraars gemaakte prijsafspraken zijn dus niet alleen zeer nadelig voor slachtoffers, maar op grond van artikel 6 van de Mededingingswet ook verboden. Wij hebben daarom aan de ACM als onafhankelijke publieke toezichthouder belast met het toezicht op de mededinging, de telecommunicatie en het consumentenrecht gevraagd om de PIV-regeling te verbieden. Het is nu aan de ACM om hierover een oordeel te vellen. Tussentijds is het voor slachtoffers die kampen met letselschade dus van belang om te beseffen dat zij bij letselschadebureaus die deelnemer zijn van de PIV-regeling én gevoelig zijn voor de hieruit voortvloeiende financiële prikkels het risico lopen dat zij niet de schadevergoeding ontvangen waar zij recht op hebben. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

mr. F.A. (Frans) Janse, Letselschade & Arbeidsrecht Advocaat

Dit artikel wordt u aangeboden door Janse Advocaten in Barneveld