• import

Wil er nog iemand in het schoolbestuur?

BARNEVELD Veel mensen leveren een zinvolle bijdrage aan de samenleving als bestuurder of toezichthouder van een niet-commerciële stichting of vereniging. Denk aan het bestuur van een basisschool of een lokale sportvereniging. Met name voor hen is het van belang om te weten dat er een wetsvoorstel ligt waarin de aansprakelijkheid van deze groep bestuurders en toezichthouders wordt uitgebreid. Verwachting is dat dit wetsvoorstel binnen afzienbare tijd wordt ingevoerd.

Bestuurders zijn - kort gezegd - verantwoordelijk voor het bestuur van de organisatie. Daarop wordt in veel gevallen toezicht gehouden door een raad van toezicht of commissarissen. Deze toezichthouders hebben bovendien de taak om het bestuur van advies te voorzien.

Een stichting of vereniging heeft haar eigen rechten en verplichtingen en is dus ook aansprakelijk voor haar eigen handelen. Denk aan betalingsverplichtingen die nagekomen moeten worden. Een bestuurder of toezichthouder van die organisatie kan daar in principe niet voor worden aangesproken.

Alleen bij ernstig plichtsverzuim van een functionaris ligt dat anders. Voorbeelden van spraakmakende zaken waarin bestuurders of toezichthouders al dan niet met succes aansprakelijk werden gesteld zijn ROC Leiden, InHolland, Vestia en Meavita. Het gaat in die gevallen kort gezegd om de vraag of de betrokken functionarissen onverantwoorde financiële risico's hebben genomen.

WET BESTUUR EN TOEZICHT RECHTSPERSONEN Voor de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van een stichting of vereniging ontbreekt op dit moment een duidelijke wettelijke regeling. Met de nieuwe 'Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen' moet daar verandering in komen. Maar die verandering betekent tegelijkertijd ook een uitbreiding van de persoonlijke aansprakelijkheden van de bestuurder of toezichthouder van een stichting of vereniging.

Nieuw is bijvoorbeeld dat faillissementsaansprakelijkheid ook gaat gelden voor bestuurders en toezichthouders van niet-commerciële stichtingen of verenigingen. Denk bijvoorbeeld aan de buurtvereniging. Gaat de vereniging failliet doordat het bestuur of de raad van toezicht haar taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, dan is iedere individuele bestuurder of lid van de raad van toezicht persoonlijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen. Voor onbezoldigde bestuurders en toezichthouders gaat deze faillissementsaansprakelijkheid overigens niet gelden.

Verder gaat voor toezichthouders gelden dat zij - zoals dat voor bestuurders al geldt - hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens de eigen stichting of vereniging bij een onbehoorlijke taakvervulling. Daarbij is wel nodig dat betreffende functionaris een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat is pas aan de orde als geen redelijk handelde functionaris onder dezelfde omstandigheden op een vergelijkbare wijze zou hebben gehandeld.

SLOTSOM Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders of toezichthouders van een stichting of vereniging is niet snel aan de orde. Ook niet na inwerkingtreding van het nieuwe wetsvoorstel. Eerlijkheid gebied dan ook te zeggen dat de titel van deze column te negatief geladen is. Maar met de 'Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen' wordt de aansprakelijkheid van deze groep wel degelijk uitgebreid. Besturen en raden van toezicht moeten zich daarvan bewust zijn en doen er goed aan om na inwerkingtreding van het wetsvoorstel de polis van de aansprakelijkheidsverzekering er nog eens bij te pakken en na te gaan of de dekking nog toereikend is.

mr. J. (Johan) de Koning Gans, als advocaat werkzaam bij Post Advocaten

Dit artikel wordt u aangeboden door:

www.postadvocaten.nl